Weinig bewezen hulp voor meisjes en jonge vrouwen in criminaliteit

Voor meisjes en jonge vrouwen die crimineel gedrag vertonen, is in Nederland weinig bewezen effectieve hulp beschikbaar. Onderzoekers van de VU en het WODC pleiten daarom voor meer behandelingen die op deze doelgroep zijn afgestemd.

Persoon met handboeien achter de rug
Persoon met handboeien achter de rug · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Meisjes en jonge vrouwen die in de criminaliteit terechtkomen, krijgen in Nederland weinig hulp waarvan is aangetoond dat die werkt. Dat concluderen onderzoekers van de Vrije Universiteit en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum, die onderzochten welke behandelingen beschikbaar zijn voor deze groep.

Slechts één behandeling geldt als goed onderzocht en veelbelovend. Die richt zich op het leren reguleren van agressie. Van veel andere vormen van hulp is niet duidelijk of ze crimineel gedrag verminderen. De onderzoekers vinden daarom dat er meer behandelingen moeten komen die specifiek zijn ontwikkeld voor meisjes en jonge vrouwen.

Andere oorzaken van probleemgedrag

De meeste behandelingen zijn ontwikkeld voor jongens, die een groter aandeel hebben in de criminaliteit. Meisjes hebben volgens de onderzoekers echter vaak met andere problemen te maken. Hun gedrag kan bijvoorbeeld samenhangen met een angststoornis, een moeilijke relatie met hun ouders of seksueel geweld.

Bij jongens spelen volgens het onderzoek vaker agressie, een gebrek aan zelfcontrole en verkeerde invloeden van vrienden een rol. Daardoor sluiten bestaande behandelingen niet altijd aan op de situatie van meisjes. Dat geldt vooral voor lichtere vormen van hulp, zoals begeleiding thuis of binnen de jeugdzorg.

Criminoloog en bijzonder hoogleraar forensische orthopedagogiek Anne-Marie Slotboom zegt dat het belangrijk is om vast te stellen welke hulp werkt. “Weten wat we doen en of het werkt, is belangrijk. Het zou kwalijk zijn als een behandeling alleen maar averechts uitpakt.”

Meisjes vallen na een behandeling overigens niet vaker terug in crimineel gedrag dan jongens. Hun recidivecijfers liggen juist lager. Ineffectieve hulp kan volgens Slotboom op langere termijn wel gevolgen hebben voor hun mentale gezondheid, schulden en de opvoeding van hun eigen kinderen.

Hulpverleners verdeeld

Hulpverleners zijn verdeeld over de vraag of meisjes aparte behandeltrajecten nodig hebben. Sommige professionals vinden dat behandelingen al op individuele omstandigheden worden afgestemd en daardoor geschikt kunnen zijn voor zowel jongens als meisjes.

Forensische ggz-polikliniek De Waag behandelde vorig jaar ruim 120 meisjes en jonge vrouwen. De instelling ziet deels dezelfde problemen als bij jongens, maar zegt dat oorzaken en uitingsvormen kunnen verschillen. “Uit ons eigen onderzoek zien we tot nu toe geen aanwijzingen dat meisjes minder profiteren van onze behandelingen dan jongens”, zegt een woordvoerder. Op sommige gebieden laten meisjes volgens De Waag juist meer verbetering zien.

Het onderzoek ging over meisjes en vrouwen van 12 tot en met 27 jaar. Zij zijn verantwoordelijk voor een klein deel van de geregistreerde criminaliteit, meestal lichtere delicten zoals diefstal. Onder meisjes jonger dan 16 jaar is wel een lichte stijging van geweldsdelicten zichtbaar. De oorzaak daarvan is niet vastgesteld.

Lees ook