Bijna zes op de tien mannen spreken anderen niet altijd aan wanneer die seksueel grensoverschrijdende opmerkingen over vrouwen maken. Dat blijkt uit onderzoek van Ipsos I&O onder duizend mannen. Veel mannen vrezen dat hun reactie de sfeer verpest of tot ruzie binnen de groep leidt.
Tegelijkertijd zegt ongeveer 80 procent van de ondervraagde mannen seksueel getinte opmerkingen en foute grappen af te keuren. Een vergelijkbaar aandeel heeft respect voor een groepsgenoot die iemand op dergelijk gedrag aanspreekt. De uitkomsten wijzen er volgens de onderzoekers op dat mannen meer medestanders hebben dan ze denken.
Angst voor conflict wordt overschat
In de praktijk blijven mannen echter regelmatig stil. Ze laten foute grappen passeren of lachen mee met opmerkingen die ze zelf niet vinden kunnen. De angst om als spelbreker te worden gezien of buiten de groep te vallen, speelt daarbij een rol.
Mischa Dekker, onderzoeker naar seksueel geweld aan de Universiteit Leiden, verbindt dat stilzwijgen aan groepsdruk en ideeën over mannelijkheid. Mannen kunnen het gedrag afkeuren, maar toch niets zeggen omdat ze niet als buitenstaander willen worden gezien.
Volgens Dekker overschatten mannen de kans op een conflict wanneer ze wel reageren. Uit het onderzoek blijkt juist dat veel andere groepsleden dezelfde seksueel grensoverschrijdende opmerking afwijzen. Wie ingrijpt, kan daarom eerder op steun dan op tegenstand rekenen.
Nieuwe overheidscampagne
De uitkomsten vormen de basis voor de overheidscampagne ‘Man, zeg er wat van!’. Die start deze week en moet mannen aanmoedigen om zich uit te spreken wanneer vrienden, collega’s of teamgenoten seksueel getinte opmerkingen over vrouwen maken.
De campagne richt zich niet alleen op mannen die als eerste willen reageren. Ook wie zelf niet meteen iets durft te zeggen, kan steun geven aan iemand anders die wel ingrijpt. Daarmee wil de campagne duidelijk maken dat mannen die bezwaar hebben tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag niet alleen staan.
De oproep sluit aan bij een eerdere campagne van de overheid. Het onderzoek moet laten zien waarom mannen elkaar ondanks hun afkeuring niet altijd aanspreken en waarom die terughoudendheid niet nodig is.



