UMCG onderzoekt waarom vrouwen vaker alternatieve zorg gebruiken

UMCG-onderzoeker Aranka Ballering gaat onderzoeken waarom vrouwen vaker dan mannen kiezen voor alternatieve geneeswijzen. Daarbij kijkt zij naar aanhoudende klachten, ervaringen in de reguliere zorg en mogelijke gezondheidsrisico's.

Onderzoekers lopen richting een modern zorggebouw, met alternatieve middelen op de voorgrond
Onderzoekers lopen richting een modern zorggebouw, met alternatieve middelen op de voorgrond · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Vrouwen maken vaker dan mannen gebruik van alternatieve of complementaire geneeswijzen. UMCG-onderzoeker Aranka Ballering start daarom een onderzoek naar de redenen daarvoor. Zij ontving hiervoor een Veni-beurs.

Ballering wil onder meer nagaan wie alternatieve zorg gebruikt, op welk moment dat gebeurt en welke afwegingen daarbij een rol spelen. Ze vergelijkt daarbij de ervaringen en motieven van mannen en vrouwen. Voor het onderzoek gebruikt zij onder andere gegevens van Lifelines, met gezondheidsinformatie van honderdduizenden Noord-Nederlanders.

Alternatieve geneeswijzen omvatten bijvoorbeeld acupunctuur, homeopathie, kruidenmiddelen en behandelingen door alternatieve therapeuten. Ballering omschrijft deze zorg als behandelwijzen die niet altijd een biomedische wetenschappelijke onderbouwing hebben. Het is volgens haar belangrijk onderscheid te maken tussen gebruik naast reguliere zorg en gebruik als vervanging daarvan.

Klachten en ervaren gebrek aan hulp

Het gebruik van alternatieve middelen hoeft niet schadelijk te zijn, maar kan wel risico's opleveren. Sommige middelen kunnen bijwerkingen geven of de werking van voorgeschreven medicijnen beïnvloeden. Ook kunnen mensen stoppen met reguliere behandelingen die wetenschappelijk zijn onderbouwd.

Hoeveel mensen in Nederland alternatieve zorg gebruiken, is niet precies bekend. Wel komt in internationale onderzoeken terug dat vrouwen er vaker gebruik van maken. Vrouwen hebben ook vaker last van langdurige lichamelijke klachten, zoals chronische pijn en vermoeidheid.

Ballering onderzoekt of biologische, sociale en culturele factoren hierbij meespelen. Medicijnen kunnen bij vrouwen anders werken of minder goed aanslaan. Daarnaast krijgen vrouwen met lichamelijke klachten volgens Ballering minder vaak onderzoek aangeboden, terwijl onderzoek dat wel plaatsvindt soms minder goed een ziekte vaststelt.

In de internationale literatuur wordt beschreven dat vrouwen zich bij aanhoudende klachten geregeld onvoldoende geholpen of niet serieus genomen voelen. Onderzoek in België en Luxemburg laat zien dat mensen vaker naar alternatieve zorg stappen nadat zij zich bij een doktersbezoek niet geholpen voelden.

Gesprek in de spreekkamer

In een praktijk voor energetische hypnotherapie van Judith van Royen is ongeveer 70 procent van de cliënten vrouw. Zij ziet onder meer mensen die geen medicatie willen gebruiken of die na een regulier zorgtraject op zoek zijn naar een andere aanpak.

Ballering wil met haar onderzoek bijdragen aan betere reguliere zorg voor mensen met aanhoudende klachten. De uitkomsten moeten worden verwerkt in onderwijs voor huisartsen en internisten in opleiding en in aanbevelingen voor vervolgonderzoek. Zij verwacht de eerste resultaten over drie tot vier jaar.

Ook wil de onderzoeker dat artsen en patiënten zonder oordeel kunnen spreken over alternatieve zorg. Dat kan helpen om risico's van alternatieve middelen te beperken en te voorkomen dat mensen passende reguliere zorg onnodig verlaten.

Lees ook