Tieners buiten Europa geboren lopen hoger risico op verdrinking

Tieners die buiten Europa zijn geboren, verdrinken in Nederland bijna veertien keer zo vaak als leeftijdgenoten met een Nederlandse herkomst. Ook bij jonge kinderen is het risico aanzienlijk hoger.

Twee mensen zwemmen in open water, waar de meeste verdrinkingen plaatsvinden
Twee mensen zwemmen in open water, waar de meeste verdrinkingen plaatsvinden · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Tieners van 10 tot 20 jaar die buiten Europa zijn geboren, verdronken tussen 2016 en 2025 gemiddeld bijna veertien keer zo vaak als jongeren met een Nederlandse herkomst. Het ging om 2,22 verdrinkingen per 100.000 jongeren, tegenover 0,16.

Ook bij kinderen jonger dan 10 jaar die buiten Europa zijn geboren is het risico veel groter. In deze groep waren er 1,70 verdrinkingen per 100.000 kinderen, ruim acht keer zoveel als onder kinderen met een Nederlandse herkomst. Daar lag het cijfer op 0,20 per 100.000.

Meer dan helft jonge slachtoffers had niet-Nederlandse herkomst

In de afgelopen tien jaar verdronken 930 inwoners van Nederland. Onder hen waren 57 kinderen jonger dan 10 jaar en 53 kinderen en jongeren van 10 tot 20 jaar. Meer dan de helft van deze jonge slachtoffers had een niet-Nederlandse herkomst.

Het gaat om mensen die zelf in het buitenland zijn geboren en om in Nederland geboren kinderen van wie een of beide ouders in het buitenland zijn geboren. Bij kinderen jonger dan 10 jaar met ouders die buiten Europa zijn geboren, was het verdrinkingsrisico vier keer zo hoog als bij kinderen met een Nederlandse herkomst.

In 2025 verdronken 100 inwoners van Nederland, blijkt uit voorlopige cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Van hen hadden 37 mensen een niet-Nederlandse herkomst. Een jaar eerder verdronken 113 inwoners, van wie 31 een niet-Nederlandse herkomst hadden.

De meeste verdrinkingen zijn in open water

Gemiddeld verdronken in de afgelopen tien jaar jaarlijks 93 inwoners, vooral mannen. Daarnaast kwamen jaarlijks gemiddeld 30 niet-inwoners om het leven door verdrinking, onder wie toeristen en tijdelijke werknemers.

Van de niet-inwoners die in die periode verdronken, was 90 procent man. Ruim een kwart kwam uit Polen. Bijna de helft van alle verdronken niet-inwoners was tussen de 20 en 40 jaar oud.

De meeste slachtoffers verdronken in open water, zoals een sloot, rivier, kanaal, recreatieplas of de zee. Dat gold voor 78 procent van de inwoners en voor 98 procent van de niet-inwoners. Onder migranten verdronk 93,3 procent in open water, tegenover 70,9 procent van de mensen met een Nederlandse herkomst.

Lees ook