Tekort aan studentenkamers blijft oplopen, sommige studenten stoppen met zoeken

Het tekort aan studentenkamers loopt verder op, terwijl het collegejaar bijna begint. Sommige studenten stoppen daarom met zoeken, met langere reistijden of uitstel van hun studie als mogelijke gevolgen.

Studenten zoeken in een gedeelde keuken naar woonruimte
Studenten zoeken in een gedeelde keuken naar woonruimte · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Het tekort aan studentenkamers lag begin dit jaar naar schatting op 21.000 kamers. De verwachting was toen al dat het tekort verder zou oplopen. Hoe groot het tekort nu precies is, wordt nog berekend. Volgens Reijnder Jan Spits, directeur van kenniscentrum voor studentenhuisvesting Kences, kan het uiteindelijke aantal hoger uitvallen dan de cijfers laten zien.

Dat komt doordat het aanbod op de studentenwoningmarkt invloed heeft op de vraag. Studenten haken af wanneer er geen kamers beschikbaar zijn. Zij komen daardoor niet altijd in de cijfers terecht. Als het aanbod toeneemt, zullen waarschijnlijk ook meer studenten actief naar een kamer zoeken.

Consulent Hanna Smit van Stichting WOON herkent dat beeld. Studenten geven ieder jaar aan dat ze moeite hebben om betaalbare woonruimte te vinden. Sommige studenten beginnen volgens haar niet eens meer met zoeken. Dat kan leiden tot reistijden van twee of drie uur, maar ook tot het uitstellen van een studie of de keuze voor een opleiding dichter bij huis.

Meer studentenwoningen en sneller bouwen

Om het tekort terug te dringen zijn vooral meer studentenwoningen nodig. Spits noemt studentencampussen als mogelijke oplossing, omdat die niet concurreren met andere woningbouwprojecten. In Utrecht is onlangs een complex met negenhonderd studio's en kamers opgeleverd. De eerste studenten verhuizen daar inmiddels naartoe.

Het duurt soms vijf tot tien jaar voordat bouwers daadwerkelijk met een project kunnen beginnen. Minder opeenstapeling van overheidseisen kan dat proces versnellen. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld afspraken maken over een lagere parkeernorm of binnen de regels voor flora en fauna meer ruimte bieden.

Ook de financiering vormt een knelpunt. Studentenhuisvesters wijzen onder meer op de vennootschapsbelasting over hun winst. Volgens hen beperkt die belasting de ruimte voor investeringen. Zij willen dat geld liever gebruiken voor nieuwbouw, verduurzaming en het betaalbaar houden van studentenwoningen.

Bestaande woningen kunnen daarnaast beter worden benut. In Utrecht mogen maximaal drie studenten zonder vergunning een woning delen. De Tweede Kamer wil die mogelijkheid ook in andere steden invoeren.

Het gaat niet alleen om het aantal woningen, maar ook om het soort woningen. Er zijn meer kamers nodig, maar studenten kunnen voor een onzelfstandige kamer geen huurtoeslag krijgen. Daardoor komen zulke kamers minder vaak van de grond. Het Rijk kijkt naar andere mogelijkheden om de bouw ervan te stimuleren, bijvoorbeeld met subsidies.

Hulp bij nepadvertenties

Door de schaarste zijn studenten kwetsbaar voor misleiding. Smit wijst op nepadvertenties, te hoge huren en websites die tegen een maandelijkse bijdrage beloven een kamer te zoeken. Ook wordt soms gevraagd om tegen elkaar op te bieden, terwijl dat door de nieuwe regels rondom betaalbare huur niet meer nodig is.

Studenten kunnen bij twijfel hulp zoeken. In Amsterdam kunnen zij terecht bij Stichting WOON. In Rotterdam en Utrecht is het Juridisch Loket beschikbaar. In veel andere steden zijn huur- of buurtteams actief. Ook scholen en universiteiten kunnen helpen, bijvoorbeeld via maatschappelijke projecten waarbij studenten korting op hun huur krijgen in ruil voor vrijwilligerswerk.

Lees ook