Rijkswaterstaat heeft alle schuiven van de stuw bij Driel geopend. Dat gebeurt voor het eerst sinds het stuwcomplex in gebruik is. De stuw regelt tijdelijk niet meer het peil, doordat het water aan weerszijden vrijwel even hoog staat.
De Rijn staat uitzonderlijk laag. Eind vorige week kwam het peil al onder het laagterecord van 2022 uit, toen de waterstand 6,48 meter boven NAP bedroeg. Daarna is het water nog verder gezakt.
De stuw bij Driel vormt samen met die bij Amerongen en Hagestein een belangrijk onderdeel van de Nederlandse waterverdeling. Het complex verdeelt Rijnwater onder meer richting de IJssel en het IJsselmeer. Normaal zorgt het ook voor voldoende waterdiepte voor de scheepvaart.
Functie tijdelijk overgenomen
Bij hoge waterstanden gaan de stuwen juist open om rivierwater sneller naar zee af te voeren. Nu zijn de schuiven volledig opgetrokken omdat de kering geen verschil in waterstand meer hoeft te regelen. Het peil benedenstrooms beweegt daardoor mee met de waterstand bovenstrooms van Driel.
De stuw bij Amerongen, ongeveer 30 kilometer stroomopwaarts, neemt de peilregulerende taak van Driel tijdelijk over. Rijkswaterstaat wijst erop dat de lage waterstand gevolgen heeft voor onder meer landbouw, natuur en vispassages.
Waterschappen treffen waar nodig aanvullende maatregelen om het beschikbare water te verdelen. De lage stand van de Rijn beperkt de hoeveelheid water die via de rivier Nederland binnenkomt.
Scheepvaart blijft aangewezen op sluis
Schepen kunnen ondanks de geopende stuw niet onder de open bogen door varen. Zij moeten gebruik blijven maken van de sluis naast het stuwcomplex.
Direct achter de stuw ligt een ondiep deel van de rivier. Daar kunnen vaartuigen elkaar niet veilig passeren. De sluis blijft daarom nodig voor een veilige afwikkeling van het scheepvaartverkeer.



