De Nederlandse staat neemt 70 procent van de aandelen van EPZ over van de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH). EPZ exploiteert de kerncentrale in Borssele. Voor de aandelen betaalt het Rijk 115,7 miljoen euro.
Als nieuwe aandeelhouder stelt de staat daarnaast 119 miljoen euro beschikbaar. Dat geld is onder meer bedoeld voor doorlopende kosten. De overige 30 procent van EPZ blijft in handen van het Duitse energiebedrijf RWE.
De verkoop is nog niet definitief. Het parlement moet het akkoord goedkeuren, net als de provincie Zeeland en de Zeeuwse gemeenten die bij de ZEH betrokken zijn. De provincie bezit de helft van de aandelen van ZEH. De andere helft is vrijwel volledig eigendom van een aantal Zeeuwse gemeenten.
Provincie en gemeenten stappen opzij
De Zeeuwse overheden hebben eerder laten weten geen aandeelhouder te willen blijven als de kerncentrale langer openblijft dan oorspronkelijk gepland. Zij willen daarmee financiële risico’s op de energiemarkt vermijden. Zonder overname door het Rijk zou de provincie hebben aangestuurd op sluiting van de centrale.
De kerncentrale in Borssele is in 1973 in gebruik genomen. Aanvankelijk was het de bedoeling dat de centrale tot 2033 zou blijven draaien. Het Rijk wil de exploitatie verlengen tot 2054, maar alleen als dat volgens de toezichthouders veilig kan.
De Eerste Kamer stemde deze week in met een wijziging van de Kernenergiewet. Die wetswijziging was nodig om een langere bedrijfsduur van Borssele mogelijk te maken. De overdracht van de aandelen betekent echter nog niet dat de centrale automatisch langer openblijft.
EPZ moet voor de verlenging nog een vergunning aanvragen. Pas na de beoordeling daarvan wordt duidelijk of Borssele na 2033 mag doorgaan. De staat krijgt met het meerderheidsbelang wel een bepalende positie bij de exploitant van de centrale.



