In het Nationaal Holocaustmuseum in Amsterdam is stilgestaan bij Roma en Sinti die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden vervolgd en vermoord. Bezoekers legden bloemen en hielden een minuut stilte. Ook waren er toespraken.
De herdenking valt op 2 augustus, sinds 2015 de Europese herdenkingsdag voor de genocide op Roma en Sinti. Op deze dag werden in 1944 in concentratiekamp Auschwitz ruim 4.000 Roma en Sinti naar de gaskamers gebracht. Onder hen waren mannen, vrouwen en kinderen.
Kole Pavlov van de Nederlandse Roma Vereniging zei dat de datum daarom een bijzondere betekenis heeft voor de gemeenschappen. "Vandaag herdenken we de slachtoffers en staan we stil bij de families die werden weggevoerd, bij namen die niet zijn teruggevonden en bij verhalen die in stilte zijn doorgegeven of juist zijn verdwenen", zei hij.
Honderdduizenden slachtoffers
Tijdens de oorlog kwamen in Europa naar schatting 500.000 Roma en Sinti om het leven. Zij werden slachtoffer van massamoord, medische experimenten en vergassing. De nazi's beschouwden Roma en Sinti, net als Joden, als een bedreiging voor het Arische ras.
Al voor het begin van de oorlog legde Duitsland ingrijpende beperkingen op aan Roma. Ook in Nederland werden Roma en Sinti in de jaren 20 en 30 geregistreerd. Er woonden destijds ongeveer 4.500 Roma en Sinti in Nederland.
Meer dan 200 van hen werden in vernietigingskampen vermoord. Lange tijd kreeg hun lot tijdens de Holocaust weinig erkenning.
Pavlov riep de aanwezigen op ook aandacht te hebben voor de gevolgen die de vervolging nog altijd heeft voor volgende generaties. In het museum is een tentoonstelling te zien over Roma en Sinti in de Tweede Wereldoorlog. Bezoekers aan de herdenking konden die bezichtigen.



