De Raad van State neemt opnieuw een beslissing over dwangsommen voor ouders die wachten op een oordeel over hun schadevergoeding in het toeslagenschandaal. De uitspraak wordt over ongeveer zes weken verwacht. Tot die tijd blijft onduidelijk welke regels voor de ouders gelden.
De wet bepaalt dat overheidsorganisaties een dwangsom moeten betalen wanneer zij niet binnen de wettelijke termijn beslissen. Dienst Toeslagen keert daardoor jaarlijks miljoenen euro’s uit aan ouders die lang op duidelijkheid wachten. De dienst vindt die betalingen onterecht, omdat de achterstanden volgens de organisatie zijn ontstaan door overmacht, zoals een groot aantal dossiers en een tekort aan personeel.
Dienst Toeslagen wil daarom dat de dwangsomregeling voor deze zaken vervalt. De organisatie krijgt steun van het UWV en de Immigratie- en Naturalisatiedienst, die met vergelijkbare problemen kampen. Voor die instanties bestaat in de politiek wel steun om de regeling te schrappen. Voor toeslagenouders is daarvoor geen meerderheid.
Verschillende uitspraken van rechters
De hoogste bestuursrechter oordeelde in juni voorlopig dat Dienst Toeslagen geen dwangsommen hoeft te betalen zolang de politiek geen nieuwe, haalbare beslistermijnen heeft vastgelegd. Volgens de Raad van State moet de wetgever bepalen hoeveel tijd de dienst voor de afhandeling van de dossiers krijgt.
Rechtbanken in Utrecht, Arnhem en Amsterdam volgen die redenering echter niet. Zij stellen dat de huidige wet nog steeds geldt. Als een wettelijke termijn wordt overschreden, moet daar volgens deze rechters een dwangsom tegenover staan. Zonder dat middel kunnen burgers de overheid volgens hen onvoldoende aansporen om een besluit te nemen.
Dienst Toeslagen heeft de Raad van State gevraagd de uitspraken van de rechtbanken terug te draaien. Tijdens de behandeling werd onder meer besproken of het geld voor dwangsommen beter kan worden gebruikt om extra medewerkers aan te nemen. De advocaat van de dienst zei dat het niet eenvoudig is om daarvoor geschikte mensen te vinden.
De dienst noemt de dwangsomregeling bovendien een ‘verdienmodel’ voor ouders en hun advocaten. De advocaat van een toeslagenouder weerspreekt dat. Volgens hem gaat het niet om het geld, maar om het principe dat de overheid zich net als burgers aan wettelijke termijnen moet houden. Anders leven we volgens hem “in een bananenrepubliek”.
De uitkomst kan per rechtbank blijven verschillen totdat de Raad van State opnieuw uitspraak doet.



