Het Rode Kruis heeft sinds 2020 meer dan 1,4 miljoen boodschappenkaarten uitgedeeld aan mensen die moeite hebben om hun boodschappen te betalen. Dit jaar kregen al bijna 194.000 kaarten een bestemming. Daarmee zijn bijna 18.000 mensen geholpen.
Uit onderzoek van het Rode Kruis blijkt dat 90 procent van de mensen met een kaart minder eet of soms een maaltijd overslaat. 66 procent koopt minder producten dan voorheen. Bij 41 procent gebeurt het vaak dat er minder wordt gegeten of een maaltijd wordt overgeslagen, bij 49 procent soms.
De organisatie waarschuwt dat de groep mensen met voedseltekorten waarschijnlijk groter is dan uit de aanvragen blijkt. Uit onderzoek van Ipsos bleek in 2024 dat ongeveer 450.000 mensen in Nederland in verborgen voedselnood leven. Zij eten door geldgebrek onvoldoende of niet gevarieerd genoeg.
Hulp voor boodschappen en vaste lasten
Met de kaart kunnen ontvangers wekelijks voor 21,50 euro aan boodschappen doen. Dat komt neer op 3 euro per dag. De hulp is tijdelijk en duurt meestal drie tot zes maanden, soms langer.
De vraag naar de kaarten neemt toe nu vooral de kosten voor energie en brandstof stijgen. „Eerst betalen ze alle vaste lasten. Wat overblijft is voor voedsel”, zegt directeur Harm Goossens van het Rode Kruis. Volgens hem zal de vraag naar hulp naar verwachting tot het einde van het jaar blijven stijgen.
Voor mensen op of onder het bestaansminimum, ongeveer 1600 euro voor een alleenstaande en 2300 euro voor een stel, vormen boodschappen vaak de laatste uitgavenpost. 64 procent van de ontvangers heeft moeite met het betalen van de energierekening. Van de ontvangers met een auto, ongeveer 37 procent, zegt 92 procent meer moeite te hebben met het betalen van brandstof.
Goossens noemt de situatie zorgelijk. „Heel veel mensen zijn dagelijks niet bezig met de vraag ‘wat eten we vanavond’, maar met de vraag ‘of er eten is vandaag’.”
De kaarten worden aangevraagd via lokale organisaties, zoals een buurtvereniging, of via het Rode Kruis. De organisatie kiest bewust voor een kaart in plaats van een voedselpakket, zodat mensen zelf kunnen bepalen wat zij nodig hebben. Lokale hulpverleners bekijken ondertussen of er structurele ondersteuning mogelijk is.
Voedselnood komt voor bij mensen van alle leeftijden. Alleenstaanden en ouders met kinderen zijn relatief vaak getroffen. Schaamte, angst om hulp te vragen en zorgen over het verliezen van toeslagen kunnen ervoor zorgen dat mensen zich niet melden.



