Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft in de afgelopen week tien nieuwe patiënten met het westnijlvirus gemeld. Het totale aantal geregistreerde patiënten in Nederland komt daarmee op 28. Vier van hen zijn dit jaar overleden.
Sinds augustus is bekend dat het virus op meerdere plaatsen in Nederland voorkomt. Het westnijlvirus wordt verspreid door muggen. Mensen kunnen besmet raken na een beet van een mug die het virus heeft opgenomen.
Besmettingen in zes provincies
Bij 27 patiënten werd het virus vastgesteld nadat zij met klachten in het ziekenhuis waren opgenomen. Zij zijn vermoedelijk besmet geraakt in Utrecht, Noord-Brabant, Noord-Holland, Zuid-Holland, Overijssel of Gelderland.
Bij één bloeddonor werd het virus eerder vastgesteld. Deze persoon was niet kort daarvoor in het buitenland geweest. Daarom gaat het RIVM ervan uit dat de besmetting in Nederland is opgelopen.
Ook onder dieren neemt het aantal meldingen toe. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) heeft sinds vorige week 30 nieuwe positief geteste paarden geregistreerd. Het totaal komt daarmee op 88 paarden.
De werkgroep westnijlvirus, waarin deskundigen van verschillende organisaties samenwerken, meldt daarnaast dat in de afgelopen week 20 dode en 41 levende wilde vogels positief zijn getest. In heel 2026 zijn daarmee 100 vogels met het virus gemeld.
Vogels en paarden kunnen, net als mensen, door besmette muggen worden geïnfecteerd. Vogels spelen een belangrijke rol in de verspreiding van het virus, omdat muggen het virus kunnen overnemen nadat zij een besmette vogel hebben gestoken. Mensen en paarden dragen het virus niet verder over aan andere mensen of dieren.
Een infectie met het westnijlvirus verloopt vaak zonder duidelijke klachten. Sommige besmette mensen krijgen koorts, hoofdpijn, spierpijn of huiduitslag. In een klein aantal gevallen kan een ernstige ziekte van het zenuwstelsel ontstaan.



