Nederland heeft de afgelopen tien jaar bijna twee keer zoveel dagen gehad met een hoog risico op natuurbranden als in de drie decennia ervoor. Sinds 2016 gaat het gemiddeld om 32 risicovolle dagen per jaar, tegenover 17 dagen tussen 1986 en 2015.
Een dag geldt als risicovol wanneer warm en droog weer samenvalt met onder meer een lage luchtvochtigheid en stevige wind. Die omstandigheden vergroten de kans dat een brand ontstaat en zich snel uitbreidt.
Ook in de buurlanden is de toename zichtbaar. België ging van gemiddeld 16 naar 36 dagen met een hoog natuurbrandrisico per jaar. In Duitsland nam het aantal toe van 51 naar 84 dagen.
World Weather Attribution stelde eerder vast dat klimaatverandering door menselijk handelen de kans op hete en droge perioden flink heeft vergroot. Zulke omstandigheden vormen een belangrijke factor bij natuurbranden.
Dagelijkse verwachting
Het KNMI maakt dit jaar voor het eerst elke dag een verwachting van de gevolgen van natuurbrandgevaar. Die informatie wordt gedeeld met deskundigen van het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid.
De verwachting kan tot vijftien dagen vooruit aangeven hoe groot de kans is dat gelijktijdig één of meer natuurbranden ontstaan. Het systeem is voorlopig een proef en moet uitgroeien tot een nieuw expertisecentrum voor natuurbranden. Op langere termijn is het doel om ook inwoners beter te waarschuwen voor brandgevaar.



