De 15-jarige verdachte uit Meerstad wordt door het Openbaar Ministerie verdacht van dubbele moord op de ouders. De politie hield de jongere kort na de vondst van de lichamen aan in de woning van het gezin aan de Meerhoven. Over de manier waarop het echtpaar om het leven kwam, is nog niets bekendgemaakt.
De zaak begint met een pro-formazitting. De rechtbank bespreekt daar onder meer de voortgang van het onderzoek en de vraag of de verdachte langer in voorlopige hechtenis blijft. Een inhoudelijke behandeling volgt op een later moment, wanneer het onderzoek en het verzamelen van bewijs verder zijn gevorderd.
Weinig informatie naar buiten
Vanwege de leeftijd van de verdachte en de gevoeligheid van de zaak hebben politie en justitie weinig details gedeeld. De 15-jarige zou kort na de gebeurtenissen beelden van de gewonde of overleden ouders hebben doorgestuurd aan vriendinnen. Medescholieren en hun ouders meldden dat eerder, waarna de politie bevestigde van de geruchten op de hoogte te zijn. De beelden zijn niet openbaar gemaakt.
Bij een verdenking van moord onderzoekt het OM of sprake was van voorbedachten rade. Dat betekent dat het Openbaar Ministerie ervan uitgaat dat de daad vooraf is overwogen en gepland. Of daarvan in deze zaak sprake is, moet tijdens het verdere onderzoek en de rechtszaak worden vastgesteld.
Dat een kind een ouder doodt, gebeurt volgens Marieke Liem, hoogleraar Veiligheid en Interventies aan de Universiteit Leiden, slechts enkele keren per jaar. In de afgelopen dertig jaar ging het om iets meer dan vijf zaken per jaar, met sterke schommelingen. “Ouderdoding is al zeldzaam, dubbele ouderdoding al helemaal, en de combinatie met een minderjarige verdachte is zeer uitzonderlijk”, zegt Liem.
Ongeveer een op de tien mensen die hun ouders doden, is minderjarig. De meeste verdachten zijn volwassen en het gaat voornamelijk om jongens. Volgens Liem is slechts 7 procent van de daders vrouw.
Mogelijk langer vast
Jeugdrechtshoogleraar Mariëlle Bruning verwacht dat het voorarrest waarschijnlijk wordt verlengd. Terugkeer naar huis is niet mogelijk, omdat beide ouders zijn overleden. De Raad voor de Kinderbescherming kan adviseren de jongere in een justitiële jeugdinrichting te laten blijven tot de inhoudelijke behandeling.
Als onderzoek wijst op een psychische aandoening of ontwikkelingsstoornis, kan de rechter een PIJ-maatregel opleggen. Dat is de jeugdvariant van tbs en een combinatie van behandeling en beveiliging. De maatregel duurt aanvankelijk maximaal twee jaar en kan onder voorwaarden worden verlengd.



