Politie registreerde in 2025 bijna 170.000 meldingen van onbegrepen gedrag

Bijna één op de vijf meldingen bij de politie ging in 2025 over mensen met onbegrepen gedrag. Dat waren er bijna twee keer zoveel als in 2018, blijkt uit onderzoek naar de inzet van politiecapaciteit.

Voetgangers lopen door een straat in een Nederlandse stad
Voetgangers lopen door een straat in een Nederlandse stad · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

In 2025 registreerde de politie bijna 170.000 meldingen van overlast door mensen met onbegrepen gedrag. In 2018 waren dat er 90.628. Daarmee ging bijna één op de vijf meldingen bij de politie over dit soort situaties.

Het onderzoek brengt voor het eerst in kaart hoeveel tijd agenten aan de meldingen besteden. Ruim 70 procent van de incidenten wordt binnen een uur afgehandeld. Bij een kwart duurt dat één tot drie uur. Bij bijna 4 procent is de politie langer dan drie uur bezig.

De afhandeling verschilt per regio. In Zeeland-West-Brabant komen de meeste meldingen binnen. Amsterdam heeft relatief weinig meldingen, maar agenten doen er gemiddeld het langst over om ze af te handelen: 34 minuten. In Noord-Nederland ligt de mediane afhandeltijd met 15 minuten het laagst.

Breed begrip

Onderzoekers Bauke Koekkoek, lector Onbegrepen gedrag, veiligheid en samenleving, Vanessa Swegler en Thijs Beckers onderzochten de cijfers. Onbegrepen gedrag omvat volgens Koekkoek uiteenlopende situaties, zoals schreeuwen, desoriëntatie, vermoedelijk middelengebruik en suïcidale uitspraken.

Waarom het aantal meldingen stijgt, is nog niet duidelijk. Koekkoek noemt als belangrijkste hypothese dat de samenleving ingewikkelder en harder wordt. Daardoor kunnen kwetsbare mensen volgens hem sneller in de problemen komen, bijvoorbeeld door stress over geld, werk of dagbesteding.

Politiefunctionaris Janis Tamsma, verantwoordelijk voor de portefeuille Zorg en Veiligheid, zegt niet verrast te zijn door de uitkomsten. Zij noemt de toename zorgelijk en vindt dat mensen met onbegrepen gedrag vaker passende zorg moeten krijgen. Daardoor zou de politiecapaciteit voor andere taken kunnen worden ingezet.

Meer samenwerking

Projecten om het aantal meldingen terug te dringen hebben tot nu toe weinig effect gehad. Koekkoek vindt het begrijpelijk dat mensen de politie bellen als zij iemand zien die verward of mogelijk gevaarlijk lijkt. Tegelijk maakt hij zich zorgen over mensen die steeds opnieuw bij de politie terechtkomen en veel ondersteuning nodig hebben.

Volgens de onderzoekers kan betere begeleiding helpen, onder meer met dagbesteding en een geschikte woonplek. Tamsma pleit daarnaast voor meer woonzorgvoorzieningen met goede begeleiding en een gezamenlijke crisisdienst die 24 uur per dag beschikbaar is.

Bij zo'n aanpak zouden politie en zorg vanaf het eerste moment samenwerken. Ook woningcorporaties en andere organisaties moeten volgens Tamsma betrokken zijn, omdat de oplossing niet bij één partij ligt.

Lees ook