Onrust over schrappen van opleidingsplaatsen voor gz-psychologen

Zorgminister Mirjam Sterk wil het aantal bekostigde opleidingsplaatsen voor gz-psychologen volgend jaar terugbrengen van 965 naar 691. Ggz-instellingen en beroepsorganisaties vrezen langere wachtlijsten en een groter tekort aan gespecialiseerde behandelaren.

Basispsycholoog Maarten Maul tijdens een gesprek bij ggz-instelling Emergis
Basispsycholoog Maarten Maul tijdens een gesprek bij ggz-instelling Emergis · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Zorgminister Mirjam Sterk wil volgend jaar 691 opleidingsplaatsen voor gezondheidszorgpsychologen, gz-psychologen, bekostigen. Dat zijn er 274 minder dan de huidige 965 plaatsen. De Tweede Kamer heeft de minister in een motie opgeroepen het advies van het Capaciteitsorgaan alsnog te volgen en 1.240 plekken mogelijk te maken.

Ggz-instellingen, beroepsverenigingen en patiëntenorganisaties waarschuwen dat de verlaging bestaande personeelstekorten en wachtlijsten verder vergroot. Het Capaciteitsorgaan, dat adviseert over de benodigde aantallen zorgverleners, rekent juist op een forse uitbreiding van de opleiding.

Bij ggz-instelling Emergis in Zeeland heeft het besluit directe gevolgen. De instelling verwacht het aantal interne opleidingsplaatsen te moeten halveren, van vier naar twee. Bestuurder Gerco Blok noemt dat zorgelijk, omdat er al een tekort is aan gespecialiseerde psychologen.

Basispsycholoog Maarten Maul is een van de kandidaten die daardoor buiten de selectie dreigen te vallen. Hij was vierde van dertig sollicitanten voor een interne opleidingsplek. Zonder gz-psycholoog kan hij eenvoudige behandelingen uitvoeren, maar bij ingewikkelde situaties of behandelbeslissingen is supervisie nodig.

Minder ruimte voor specialisatie

Gz-psychologen zijn in de ggz vaak regiebehandelaar en begeleiden basispsychologen. Zij kunnen zich later ook verder opleiden tot bijvoorbeeld klinisch psycholoog of psychotherapeut. Volgens Ils De Ost, verantwoordelijk voor de psychologenopleidingen bij Emergis, leidt een kleinere instroom daarom ook op langere termijn tot minder gespecialiseerde behandelaren.

De Ost zegt dat basispsychologen al veel concurrentie ondervinden bij de beperkte opleidingsplekken. Zij vreest dat een kleinere groep regiebehandelaren straks meer basispsychologen moet begeleiden. Dat kan de werkdruk verder verhogen.

Het Capaciteitsorgaan verwacht dat de ggz steeds vaker patiënten behandelt met meerdere of zwaardere psychische problemen. Mensen met lichtere klachten zouden vooral hulp krijgen via huisartsen en wijkteams. Voor de complexere zorg zijn volgens het advies meer goed opgeleide gz-psychologen nodig.

Sterk deelt die inschatting niet volledig. Zij stelt dat basispsychologen, afhankelijk van hun vaardigheden en ervaring, meer verantwoordelijkheid kunnen dragen. De minister acht het mogelijk dat zij voor sommige patiënten ook behandelbeslissingen nemen.

Emergis ziet daar in de specialistische ggz weinig ruimte voor. De Ost wijst erop dat patiënten vaak meerdere aandoeningen hebben die elkaar beïnvloeden. Basispsychologen voeren bij de instelling al voorbereidende gesprekken voor intensieve traumabehandeling, maar geven die behandeling niet zelf.

Ook voormalig zorgminister Ernst Kuipers volgde het Capaciteitsorgaan niet volledig. Hij bekostigde wel 965 opleidingsplaatsen, maar niet de extra plekken die volgens de adviseur nodig waren voor een verschuiving van basispsychologen naar gz-psychologen. Sterk gaat met haar besluit verder door het aantal plaatsen onder dat niveau te brengen.

Lees ook