De Nationale ombudsman is kritisch op de aanpak van de overheid rond woonwagenplaatsen en discriminatie van Sinti, Roma en reizigers. Volgens Reinier van Zutphen ontbreekt het gemeenten en ministeries aan urgentie. Hij waarschuwt dat negatieve beeldvorming daardoor blijft doorwerken in het dagelijks leven van deze groepen.
In Nederland is een tekort van naar schatting vier- tot achtduizend woonwagenplaatsen. In 2025 waren er bijna negenduizend standplaatsen in 342 gemeenten. In plaatsen als Harderwijk en Oldebroek staan mensen al tientallen jaren ingeschreven voor een plek. Een deel van hen woont noodgedwongen in een reguliere woning.
Weinig nieuwe plaatsen
Het tekort is volgens Van Zutphen nauwelijks kleiner geworden sinds hij in 2017 aandacht vroeg voor de situatie. In de drie jaar daarna kwamen er volgens metingen van adviesbureau Rigo 99 standplaatsen bij. Gemeenten wijzen onder meer op geldgebrek, een tekort aan geschikte ruimte en weerstand van omwonenden en gemeenteraadsleden.
In Gelderland kreeg de provincie enkele jaren geleden 6 ton subsidie voor de aanleg van nieuwe standplaatsen. De werkzaamheden hadden inmiddels klaar moeten zijn, maar in de meeste gemeenten is nog niet begonnen. Omdat de termijn is verstreken, moet een deel van het bedrag waarschijnlijk worden terugbetaald. Of de plaatsen alsnog worden aangelegd, is niet duidelijk.
Een eerder beleid om standplaatsen geleidelijk te laten verdwijnen, werd in 2018 teruggedraaid. Dat beleid was in 2014 door het College voor de Rechten van de Mens als discriminerend beoordeeld. Sindsdien moeten gemeenten voorzien in de behoefte aan standplaatsen en aanvragen behandelen volgens dezelfde termijnen als aanvragen voor sociale huurwoningen. Een wettelijke regeling om naleving af te dwingen ontbreekt echter.
Discriminatie op meerdere terreinen
De ombudsman schrijft dat discriminatie van Roma, Sinti en reizigers in Nederland bijna als normaal wordt gezien. De groepen verschillen onder meer in taal, cultuur en woonvorm, maar krijgen wel te maken met vergelijkbare stereotypen over criminaliteit en afwijkend gedrag. Die vooroordelen kunnen gevolgen hebben voor schooladviezen, stages en sollicitaties.
Kinderen worden volgens het rapport vaker gepest en voelen zich minder welkom op school. Woonwagenlocaties liggen bovendien geregeld langs drukke wegen of ver van speelvoorzieningen. Van Zutphen zegt: ‘Ik merk zo weinig urgentie, dat ik de indruk krijg dat discriminatie nog steeds een grote rol speelt.’
Ook overheidsbeleid kan volgens de ombudsman discriminerend uitpakken. In Apeldoorn moesten kopers van woonwagenkavels tot voor kort een Bibob-onderzoek ondergaan, terwijl dat bij reguliere kavels niet gebeurde. De gemeente stopte daarmee en bood excuses aan nadat bleek dat de genoemde risicolijst niet bestond. Van Zutphen pleit daarnaast voor erkenning van Sinti, Roma en reizigers als nationale minderheid.



