Het Openbaar Ministerie laat veiligheidsrisico's voortaan leidend zijn bij de beslissing om een kroongetuige in te zetten. Een traject begint niet wanneer de dreiging voor een mogelijke kroongetuige of diens omgeving als te groot wordt beoordeeld.
De aangepaste werkwijze volgt op een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een zaak van familieleden van kroongetuige Nabil B. De rechtbank stelde vast dat de Staat onrechtmatig handelde door voor de bekendmaking van de kroongetuigendeal onvoldoende beveiligingsmaatregelen te nemen.
Nabil B. maakte in 2017 afspraken met justitie om te verklaren tegen de organisatie rond Ridouan Taghi. In ruil daarvoor zou hij strafvermindering krijgen. Het OM maakte de overeenkomst begin 2018 bekend, terwijl de bescherming van zijn naasten nog onvoldoende geregeld was.
Enkele dagen later werd zijn broer Reduan doodgeschoten in zijn bedrijfspand in Amsterdam-Noord. De rechtbank oordeelde dat die aanslag mogelijk had kunnen worden voorkomen als de beveiliging toereikend was geweest. Door de deal openbaar te maken voordat de bescherming op orde was, nam het risico voor de familie toe.
Geen aanvullende schadevergoeding
De familie leeft sinds de moord grotendeels buiten de openbaarheid en eiste erkenning en schadevergoeding. De rechtbank vond dat de Staat ernstig tekort was geschoten, maar kende geen aanvullende vergoeding toe. De rechters zagen onvoldoende bewijs dat er schade resteert die niet al is gecompenseerd.
De familie wil tegen dat deel van de uitspraak in hoger beroep. Het OM zegt fouten te hebben gemaakt en die al in 2023 te hebben erkend. De rechtbank stelde ook vast dat niet kan worden bewezen dat de Staat na de bekendmaking van de deal onvoldoende beveiliging bood.
De Onderzoeksraad voor Veiligheid concludeerde in 2023 al dat de overheid ernstig tekortschoten was in de bescherming van de familie van B., advocaat Derk Wiersum en vertrouwenspersoon Peter R. de Vries. Wiersum werd in 2019 vermoord, De Vries overleed in 2021 na een aanslag.
Naast de nieuwe werkwijze wordt het stelsel voor persoonsbeveiliging herzien. De NCTV krijgt daarin definitief het gezag over de beveiliging van mensen tegen wie een ernstige dreiging bestaat. Het OM blijft verantwoordelijk voor personen die niet binnen dat stelsel vallen.



