Het Openbaar Ministerie wil dat de 35-jarige Q.M. zes maanden gevangenisstraf krijgt, gevolgd door tbs met dwangverpleging. De man wordt verdacht van herhaalde doodsbedreigingen aan het adres van onder anderen politiemedewerkers, hulpverleners en een vrouw met wie hij contact had.
De officier van justitie stelt dat het risico op herhaling hoog is. Deskundigen zien volgens het OM gevaar dat de verdachte geweld gebruikt tegen personen, vooral tegen hulpverleners. Voorwaarden bij een tbs-maatregel zouden dat risico volgens de officier onvoldoende kunnen beperken.
Op 21 augustus belde de man gedurende de dag herhaaldelijk 112. Daarbij bedreigde hij politiemedewerkers en sprak hij onder meer over het uitloven van geld voor een agent en het gooien van een handgranaat op het Paardenveld. De bedreigingen hadden volgens het OM grote gevolgen voor de betrokken politiemedewerkers, omdat niet duidelijk was tegen wie ze precies waren gericht.
De verdachte was niet aanwezig bij de zitting in Utrecht. Hij weigerde vanuit de gevangenis in het vervoer naar de rechtbank te stappen. De rechtbank zag ervan af hem gedwongen te laten komen, omdat hij zich volgens de rechtbank zo heftig verzette dat gevangenismedewerkers en parketpolitie mogelijk gewond konden raken.
Bedreigingen na afwijzing
Een vrouw deed aangifte nadat zij bedreigd werd door de man. Zij had aanvankelijk contact met hem in de veronderstelling dat het om een vriendschap ging. Nadat zij een relatie afwees, zou de verdachte haar hebben aangerand en bedreigd.
Ook bedreigde de man anderhalf jaar geleden medewerkers van Fivoor, een instelling binnen de geestelijke gezondheidszorg. Tijdens zijn voorarrest zou hij telefonisch vanuit de gevangenis een vrouwelijke psychiater hebben bedreigd die hem had onderzocht.
De rechtbank omschreef de verdachte als iemand die boos en dreigend wordt wanneer hij niet krijgt wat hij wil. M. heeft een verstandelijke beperking en werkt niet mee aan een opname in een kliniek. Hij verzet zich vooral tegen tbs met voorwaarden.
Zijn advocaat Ilahibaks zei dat zijn cliënt begrijpt dat zijn uitlatingen ontoelaatbaar waren, maar dat hij zijn bedreigingen nooit heeft uitgevoerd. De verdediging pleit voor een celstraf gelijk aan het voorarrest en een ambulante behandeling. De rechtbank doet op dinsdag 11 augustus uitspraak.



