Het Openbaar Ministerie verdenkt de 33-jarige Thomas V. ervan dat hij in januari 2021 zijn vader heeft gedood. Justitie houdt het op doodslag, omdat niet kan worden bewezen dat de man vooraf een plan had om zijn vader om het leven te brengen. Het OM eist twaalf jaar gevangenisstraf.
De 66-jarige vader werd in oktober 2021 als vermist opgegeven door een vriend. Hij was maanden niet gezien. Aanvankelijk hield de politie rekening met zelfdoding of een vertrek naar het buitenland, mede omdat zijn zoon had gezegd dat zijn vader vanwege financiële problemen mogelijk was vertrokken.
Lichaam gevonden in vrieskisten
In het voorjaar van 2023 begon de politie een strafrechtelijk onderzoek. Rechercheurs onderzochten onder meer de mogelijkheid van een natuurlijke dood, een ongeval, zelfdoding of een misdrijf. In november 2024 doorzocht de politie de woning van V. Daar werden de stoffelijke resten van zijn vader gevonden in vrieskisten. Het lichaam was in meer dan 200 stukken verdeeld.
Volgens het OM hadden vader en zoon al langere tijd een conflict over de woning waarin zij samen woonden. Uit het onderzoek komt naar voren dat de twee met elkaar in gevecht raakten. De vader zou meerdere keren met een hard voorwerp op zijn hoofd zijn geslagen. Deskundigen hebben daarnaast verwurging en of smoren vastgesteld.
De verdachte zegt dat hij handelde uit zelfverdediging. Volgens zijn advocaat probeerde zijn vader hem rattengif toe te dienen. Toen V. hem daarmee confronteerde, zou de vader hem met een mes hebben aangevallen. Tijdens de worsteling sloeg de zoon hem meerdere keren, totdat hij merkte dat zijn vader niet meer ademde.
De verdediging stelt dat V. in paniek raakte en het lichaam uit afschuw in stukken zaagde. Daarna zou hij de gebeurtenis hebben verdrongen. Ook wijst de advocaat op een moeilijke jeugd, waarin de vader gewelddadig gedrag vertoonde en kampte met verslavingen.
De officier van justitie noemt de dood van de vader een onomkeerbare gewelddadige daad. Het OM verwijt V. daarnaast dat hij het lichaam op een gruwelijke en respectloze manier heeft behandeld.
Een 31-jarige vrouw uit Purmerend is medeverdachte. Zij wordt ervan verdacht te hebben geholpen bij het wegmaken van het lichaam. Haar zaak wordt op een later moment behandeld.



