Bijna 140.000 Oekraïense vluchtelingen verblijven sinds het begin van de oorlog in Nederland. Ongeveer 67 procent van hen werkt. Dat aandeel ligt dicht bij de arbeidsparticipatie van de Nederlandse bevolking, die 73 procent bedraagt.
De economische bijdrage van werkende Oekraïners wordt door de Sociaal-Economische Raad geraamd op ongeveer 3,5 miljard euro per jaar. Tegelijkertijd werkt een groot deel in banen waarvoor minder opleiding nodig is, zoals schoonmaakwerk en werk aan de lopende band.
Twee derde van de werkende Oekraïners zegt eerder ander werk te hebben gedaan en goed opgeleid te zijn. Driekwart beheerst het Nederlands onvoldoende om gemakkelijker door te stromen naar ander werk. Ook de erkenning van buitenlandse diploma's vormt een obstakel.
Talent blijft onbenut
Financieel journalist Jean Dohmen waarschuwt dat langdurig werk onder het eigen niveau gevolgen kan hebben voor het welzijn. „De groep die eenvoudig werk doet is heel groot en ze werken hard, maar op langere termijn gaan ze vastlopen”, zegt hij.
Aljona Wertheim-Davygora, docent bij Hogeschool Windesheim en voorzitter van stichting Slava i Volya, ziet dat veel Oekraïners nog in tijdelijke opvang verblijven. Zij noemt de noodopvang die na de Russische invasie snel werd geregeld een goede eerste oplossing, maar zegt dat mensen er jaren later nog steeds vaak met onbekenden een kleine kamer delen.
Volgens Wertheim-Davygora groeit het risico op psychische klachten wanneer mensen weinig ruimte hebben om zich te ontwikkelen. Wie na zwaar werk moe thuiskomt, heeft minder mogelijkheden om de taal te leren, een opleiding te volgen of een baan op passend niveau te zoeken.
Zij stelt dat de economische opbrengst hoger kan worden als Oekraïners werk vinden dat beter aansluit bij hun vaardigheden. „Als Oekraïners het werk uitoefenen dat op hun niveau ligt, dan zou het geen 3,5 miljard zijn, maar dan zou het verdriedubbelen.”
Onzekerheid over toekomst
De Richtlijn Tijdelijke Bescherming geeft Oekraïners sinds 2022 recht op verblijf, werk, opvang en voorzieningen in Nederland en andere EU-landen. De regeling wordt telkens voor beperkte tijd verlengd, waardoor veel vluchtelingen onzeker blijven over hun toekomst.
Dohmen pleit daarom voor meer ondersteuning bij integratie en ontwikkeling. Hij wijst erop dat veel mensen hun leven inmiddels in Nederland opbouwen. Kinderen gaan hier naar school en terugkeerplannen nemen af. Van de Oekraïense vluchtelingen in Europa zegt 49 procent nog te willen terugkeren, terwijl een meerderheid dat niet meer van plan is.



