Scholen in het noorden van Nederland zijn als eerste begonnen aan het nieuwe schooljaar. Leerlingen krijgen daarbij te maken met nieuwe wettelijke kerndoelen voor Nederlands en rekenen. Daarin staat welke kennis en vaardigheden kinderen aan het einde van de basisschool en in de eerste jaren van het voortgezet onderwijs moeten beheersen.
De herziene kerndoelen zijn deze maand voor het eerst in de wet opgenomen. De vorige versie stamde uit 2006 en werd gezien als verouderd en te weinig concreet. Voor Nederlands zijn er nu minder doelen, maar is duidelijker omschreven wat leerlingen moeten kunnen.
Meer nadruk op taal en lezen
Literatuur heeft in de nieuwe doelen een vaste plaats gekregen. Ook moet de ontwikkeling van taalvaardigheid terugkomen in andere schoolvakken, en niet alleen tijdens de lessen Nederlands. De veranderingen zijn volgens staatssecretaris van Onderwijs Judith Tielen nodig vanwege de sterke achteruitgang van de basisvaardigheden.
Nederland gold eerder internationaal als een voorloper op het gebied van lezen. De prestaties van leerlingen zijn de afgelopen jaren echter fors gedaald. Tielen schreef aan de Tweede Kamer dat geen ander Europees land een vergelijkbare terugval in leerprestaties heeft laten zien.
De Onderwijsinspectie constateert volgens haar al jaren dat veel kinderen niet op het verwachte niveau kunnen lezen, schrijven of rekenen. Eerdere maatregelen, waaronder een plan voor betere basisvaardigheden uit 2022 en een landelijk programma om leerachterstanden na de coronasluitingen weg te werken, hebben volgens Tielen niet het gewenste resultaat gehad. Zij werkt daarom aan een nieuwe aanpak waarin taal prioriteit krijgt.
Voor andere schoolvakken worden de kerndoelen nog aangepast. Daaronder vallen ook digitale geletterdheid en burgerschap, twee nieuwe leergebieden. De regering wil die doelen komende zomer wettelijk vastleggen. Scholen krijgen tot 2031 de tijd om alle nieuwe kerndoelen in hun onderwijs te verwerken.
Onderzoeker Ilja Cornelisz van de Vrije Universiteit Amsterdam noemt duidelijke en ambitieuze doelen belangrijk, omdat de basisvaardigheden onder druk staan. Tegelijkertijd zijn wettelijke voorschriften volgens hem niet voldoende om het onderwijs te verbeteren.
Leraren moeten volgens Cornelisz ruimte krijgen om zelfstandig keuzes te maken in de klas. Daarvoor zijn ook betrouwbare kennis en voldoende ondersteuning nodig. Scholen moeten zelf kunnen bepalen op welke manier zij de wettelijke doelen bereiken.



