Het politieoptreden bij een pro-Palestijnse demonstratie op de Dam in Amsterdam was minder ingrijpend mogelijk geweest. Toch hebben de politie en het Openbaar Ministerie vastgesteld dat de inzet niet onrechtmatig was. Dat blijkt uit de conclusies van een intern onderzoek.
De demonstratie vond plaats op 13 november 2024. Nadat de betoging was ontbonden, bracht de Mobiele Eenheid betogers naar het Westelijk Havengebied. Daar deelden agenten klappen uit met hun wapenstok.
Onderzoek naar geweldgebruik
De beoordeling richtte zich op de manier waarop de politie het geweld heeft ingezet tijdens en na het beëindigen van de demonstratie. De politie en het Openbaar Ministerie noemen het optreden achteraf zwaarder dan noodzakelijk, maar zien geen overtreding van de regels die het politieoptreden onrechtmatig maakt.
Daarmee maken de instanties onderscheid tussen de proportionaliteit van het optreden en de rechtmatigheid ervan. Volgens hun gezamenlijke conclusie had de politie terughoudender kunnen handelen, maar was het geweld niet in strijd met de wet.
De politie heeft de conclusies van het onderzoek bekendgemaakt nadat vragen waren gesteld over het optreden van de Mobiele Eenheid. Het onderzoek was intern en ging specifiek over de gebeurtenissen rond deze demonstratie in Amsterdam.
De bevindingen geven geen aanleiding om het optreden alsnog als onrechtmatig te bestempelen. Wel erkennen politie en Openbaar Ministerie dat een minder ingrijpende aanpak mogelijk was geweest. In de conclusie wordt niet gemeld welke concrete aanpassingen in de inzet of begeleiding van de betogers nodig zouden zijn geweest.
Het politieoptreden vond plaats nadat de demonstratie op de Dam was beëindigd. De betogers werden vervolgens naar het Westelijk Havengebied vervoerd, waar het wapenstokgebruik plaatsvond. Daarmee is dat deel van het optreden het centrale onderdeel van de interne beoordeling.



