Minister onderzoekt intrekking voorlopige erkenning Ongehoord Nederland

Minister Rianne Letschert onderzoekt of de voorlopige erkenning van Ongehoord Nederland kan worden ingetrokken. Aanleiding zijn onder meer twee boetes van het Commissariaat voor de Media en een omstreden fragment over Adolf Hitler.

Minister Rianne Letschert spreekt tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer over de positie van Ongehoord Nederland.
Minister Rianne Letschert spreekt tijdens het vragenuur in de Tweede Kamer over de positie van Ongehoord Nederland. · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De toekomst van Ongehoord Nederland (ON) in het publieke bestel staat ter discussie. Minister Rianne Letschert van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap beoordeelt of er voldoende juridische grond is om de voorlopige erkenning van de omroep in te trekken. Zij wil de Tweede Kamer vóór het commissiedebat over het publieke bestel op 24 september informeren.

Aanleiding voor het debat is een onlineprogramma waarin ON-commentator Raisa Blommestijn en hoofdredacteur Joost Niemöller een fragment van Adolf Hitler bespraken. Niemöller zei dat Hitler een passage volgens hem goed verwoordde, terwijl hij ook verklaarde de Jodenvervolging af te keuren. Het fragment leidde tot veel kritiek en werd begin deze week verwijderd. Niemöller maakte daarna bekend dat hij vertrekt vanwege een verschil van inzicht over de inhoudelijke koers en recente programmering.

Mogelijke routes in de Mediawet

De Tweede Kamer dringt aan op vertrek van ON uit het publieke bestel. Kamerlid Mohammed Mohandis van Pro zei dat de omroep al genoeg waarschuwingen heeft gehad. „Twee keer geel is op een gegeven moment gewoon rood. Je kunt niet onbeperkt gele kaarten uitdelen”, zei hij.

De minister kan alleen handelen binnen de voorwaarden van artikel 2.33 van de Mediawet. Een mogelijkheid is intrekking omdat een omroep onvoldoende bereid zou zijn tot samenwerking met de landelijke publieke mediadienst. Daarvoor moet de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) een verzoek indienen. De NPO weigert dat vooralsnog.

Een andere route ontstaat wanneer een omroep in twee opeenvolgende evaluaties onvoldoende bijdraagt aan de publieke mediaopdracht. Ook faillissement of ontbinding door de rechter kan reden zijn om een erkenning te beëindigen. Volgens betrokkenen is momenteel vooral de sanctieroute juridisch kansrijk.

Twee boetes op één dag

Het Commissariaat voor de Media legde ON vorig jaar september twee geldboetes op. De eerste bedroeg 27.500 euro en had betrekking op de schijn van belangenverstrengeling. De tweede boete van 12.500 euro ging over het niet naleven van het eigen redactiestatuut. De boetes kwamen op dezelfde dag tot stand.

Het ministerie beschouwt de bedragen als twee afzonderlijke sancties. Emeritus hoogleraar mediarecht Wouter Hins betwijfelt of een rechter dat oordeel zal volgen. Volgens hem gaat het om één sanctiebesluit voor twee overtredingen. Hij stelt dat een langere periode tussen sancties sterker bewijs zou opleveren voor een patroon.

ON kreeg in 2022 een voorlopige erkenning, die tot eind 2028 geldig is. De omroep kreeg sindsdien meerdere sancties vanwege onder meer onjuiste informatie, belangenverstrengeling en gebrekkige samenwerking met andere omroepen. Ook vanuit rechtse hoek klinkt inmiddels steun voor beëindiging van de deelname aan het publieke bestel. JA21-Kamerlid Annabel Nanninga zegt dat de vrijheid van meningsuiting niet wordt beperkt, maar dat aan deelname aan het publieke bestel voorwaarden zijn verbonden.

Lees ook