De rechtbank in Breda heeft een 76-jarige man veroordeeld voor het in brand steken van zijn appartement aan de Kerkstraat in Oisterwijk. Hij krijgt achttien maanden gevangenisstraf, waarvan tien maanden voorwaardelijk. Aan het voorwaardelijke deel zijn behandeling en reclasseringstoezicht verbonden.
De man stak op 12 januari zijn bed in brand met spiritus, omdat hij een dag later uit zijn huis zou worden gezet wegens een grote huurachterstand. Hij had ruim 32.000 euro huurschuld en een belastingschuld van 100.000 euro. Tijdens de zitting zei hij dat hij door de dreigende huisuitzetting en zijn schulden in paniek raakte.
Na het aansteken van de brand verliet hij het gebouw zonder zijn onderbuurman, de brandweer of andere hulpdiensten te waarschuwen. De onderbuurman hoorde een rookmelder, zag rook in het trappenhuis en belde de brandweer. De brand richtte grote schade aan in het appartement.
De man reisde vervolgens met de trein richting Eindhoven. Nadat een vriend hem had verteld dat zijn woning in brand stond, kwam hij tot inkeer. De politie hield hem later in de trein bij Boxtel aan.
Behandeling en begeleiding
De rechtbank rekent het de man zwaar aan dat hij na de brand vertrok en geen hulp inschakelde. Bij brandstichting past doorgaans een hogere celstraf, maar de rechters hielden rekening met zijn bekentenis en zijn persoonlijke omstandigheden. Hij bekende de brandstichting na zijn arrestatie en nam verantwoordelijkheid voor zijn handelen.
De man heeft al langere tijd psychische problemen, schulden en suïcidale gedachten. Uit een rapport van de reclassering blijkt dat hij op verschillende momenten in zijn leven geen stabiele situatie kon vasthouden, onder meer op het gebied van wonen, werk en relaties.
De reclassering moet hem na zijn gevangenisstraf helpen bij het vinden van woonruimte en het aanpakken van zijn schulden. Ook wordt hij aangemeld voor een behandeling om beter met sombere gedachten en moeilijke omstandigheden om te gaan. De man heeft al een plek geregeld in een kliniek.



