De rechtbank in Breda heeft bepaald dat Klaas Otto 1.606.139,7 euro aan de staat moet betalen. Het gaat om wederrechtelijk verkregen voordeel dat hij volgens de rechtbank heeft behaald met witwassen in zijn voormalige autohandel in Bergen op Zoom.
Otto runde jarenlang een bedrijf dat tweedehandsauto's kocht en verkocht en auto's verhuurde. Hij zegt dat de onderneming legaal was en onder meer met een gemeentelijke startsubsidie is opgezet. Ook stelde hij dat hij verschillende legale opdrachten uitvoerde, soms voor de Nederlandse en Amerikaanse overheid.
Onderzoek naar inkomsten
Politie en justitie onderzochten de boekhouding over de periode van 2007 tot en met 2016. Daarbij kwamen volgens hen inkomsten naar voren die niet konden worden verklaard. Het Openbaar Ministerie had het wederrechtelijk verkregen voordeel eerder vastgesteld op 1.872.891,14 euro en eiste dat volledige bedrag.
De rechtbank kwam uit op een lager bedrag. Otto krijgt daarnaast een korting van 5000 euro, omdat de procedure volgens de rechtbank te lang heeft geduurd. Het OM en Otto kunnen binnen twee weken hoger beroep instellen. Als dat niet gebeurt, moet hij het bedrag betalen.
De zaak over het geld hangt samen met een strafzaak tegen Otto, die in 2016 werd opgepakt. Hij werd vervolgd voor witwassen, afpersing en geweld. In 2018 kreeg hij daarvoor zes jaar cel opgelegd. Het hoger beroep tegen die veroordeling is nog altijd niet behandeld en staat voor september gepland bij het gerechtshof in Den Haag.
Veel vertraging
De behandeling liep vertraging op nadat de officier van justitie uit Breda bij het gerechtshof in Den Bosch ging werken. Omdat dat hof het hoger beroep zou behandelen, werd de zaak uitgesteld en uiteindelijk naar Den Haag verplaatst.
Daarna zorgden de coronapandemie, wisselingen in de verdediging en medische problemen van Otto voor verdere vertraging. Hij ontsloeg meerdere keren zijn advocaten, stelde nieuwe raadslieden aan en nam eerdere advocaten later weer terug. Ook lag hij enige tijd in het ziekenhuis en kon hij daardoor niet bij de behandeling aanwezig zijn.
Otto richtte in 2013 motorclub No Surrender op. De motorclub werd later verboden. Hij heeft vaker gezegd dat justitie hem vanwege zijn rol bij de club onder druk zet, maar de rechtbank ging niet mee in zijn verklaring dat zijn inkomsten uit legale werkzaamheden kwamen.



