Het Openbaar Ministerie heeft een jaar jeugddetentie geëist tegen een 17-jarige jongen uit Uithoorn. Hij wordt verdacht van het veroorzaken van een explosie bij het Atrium, een kantoorgebouw op de Zuidas in Amsterdam.
Van de twaalf maanden moet 317 dagen voorwaardelijk zijn, eist het OM. Aan het voorwaardelijke deel is een proeftijd van twee jaar verbonden.
De jongen stond donderdagmiddag achter gesloten deuren terecht bij de rechtbank in Amsterdam. Strafzaken tegen minderjarigen worden niet openbaar behandeld.
Voorwaarden bij straf
Het OM wil dat de jongen zich tijdens zijn proeftijd aan een avondklok houdt. Ook moet hij meewerken aan begeleiding en hulpverlening.
De explosie vond plaats in de nacht van 15 op 16 maart. Het Atrium is een kantoorgebouw aan de Amsterdamse Zuidas.
De verdachte heeft bekend dat hij betrokken was bij de explosie. Hij verklaarde dat hij handelde in opdracht van een ander en daar geld voor zou krijgen.
Geen terroristisch oogmerk bewezen
De explosie gebeurde enkele dagen nadat de Joodse school Cheider in Amsterdam-Buitenveldert doelwit was van een aanslag. De officier van justitie ziet echter onvoldoende bewijs dat de 17-jarige verdachte bij de explosie bij het Atrium een terroristisch oogmerk had.
De eis richt zich daarom op zijn aandeel in de explosie bij het kantoorcomplex. De rechtbank beoordeelt onder meer de bekentenis van de jongen, zijn verklaring over de opdracht en de omstandigheden waaronder het incident plaatsvond.
De rechtbank in Amsterdam doet op 20 augustus uitspraak in de zaak. Dan wordt duidelijk of de rechter de strafeis van het OM volgt en welke voorwaarden eventueel aan een straf worden verbonden.



