Acceptatie van homoseksualiteit onder jongens bijna gehalveerd

De acceptatie van homoseksualiteit onder Nederlandse jongeren is in vier jaar sterk afgenomen. Vooral jongens zijn veel negatiever gaan denken, blijkt uit onderzoek onder 11- tot 16-jarigen van de Universiteit Utrecht en het Trimbos-instituut.

Fietser rijdt over een regenboogzebrapad
Fietser rijdt over een regenboogzebrapad · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De acceptatie van homoseksualiteit onder Nederlandse jongeren is de afgelopen vier jaar aanzienlijk gedaald. Bij jongens is die sinds 2021 bijna gehalveerd. Ook meisjes zijn minder positief gaan denken: hun acceptatie daalde van 78 naar 51 procent.

De cijfers komen uit het vierjaarlijkse Health Behaviour in School-aged Children-onderzoek, waarin het welzijn en gedrag van 11- tot 16-jarigen wordt onderzocht. Steeds meer jongeren zeggen dat homoseksuele jongens en lesbische meisjes geen vrienden van hen mogen zijn. Ook vinden meer jongeren het vies als twee jongens of twee meisjes met elkaar zoenen.

„We hadden een daling verwacht, maar niet dat die zo sterk zou zijn”, zegt Gonneke Stevens, hoogleraar jongerenwelzijn aan de Universiteit Utrecht en hoofdonderzoeker van het onderzoek. Volgens haar is de tolerantie teruggezakt naar ongeveer het niveau van 2009, het jaar waarin voor het eerst vragen over homoseksualiteit in de studie werden opgenomen.

Verschillen tussen jongens en meisjes

Jongens zijn negatiever over homoseksualiteit dan meisjes. Zij vinden het bijvoorbeeld vaker vies als twee jongens elkaar zoenen. Ook zijn de negatieve gevolgen volgens de onderzoekers groter voor jongens die zich volgens anderen te vrouwelijk gedragen.

„Jongens krijgen aangeleerd dat ze binnen bepaalde normen voor mannelijkheid moeten blijven”, zegt Margreet de Looze, universitair docent aan de Universiteit Utrecht en deskundige op het gebied van seksuele en genderdiversiteit. Jongeren kunnen volgens haar worden buitengesloten of gepest als ze positief zijn over homoseksualiteit of zelf homo zijn.

De onderzoekers zien de daling bij jongeren met en zonder migratieachtergrond, op zowel het vwo als het vmbo en in gezinnen met verschillende inkomensniveaus. De groep jongeren met een migratieachtergrond was in de nieuwste meetronde ongeveer even groot als eerder en verklaart de afname daarom niet.

Verhard debat en slechtere sfeer

De onderzoekers noemen meerdere mogelijke ontwikkelingen die invloed kunnen hebben gehad. Zo wijzen zij op de manosfeer, online netwerken waarin vijandig wordt gesproken over vrouwen en lhbti+-personen. Ook is het maatschappelijke debat over seksuele oriëntatie volgens hen verhard, onder meer rond Paarse Vrijdag, regenboogvlaggen en seksuele vorming op school.

Tegelijkertijd melden jongeren een slechtere sfeer op school, meer pestgedrag en aanhoudende prestatiedruk. De Looze zegt dat de dalende acceptatie mogelijk iets zegt over de afnemende tolerantie voor iedereen die van de norm afwijkt. Scholen waar actief wordt gewerkt tegen homofobie en discriminatie, hebben volgens eerder onderzoek minder pestgedrag en gelukkigere leerlingen.

Lees ook