Extra geld helpt leerlingen in praktijkonderwijs over financiële drempels

Minimaal de helft van de circa 29.000 leerlingen in het praktijkonderwijs groeit op in relatieve armoede. Een landelijk project vergoedt onder meer fietsen, werkkleding en andere benodigdheden om school en stage bereikbaar te houden.

Leerling van praktijkschool De Bolster in Groningen draagt een autoband in de werkplaats
Leerling van praktijkschool De Bolster in Groningen draagt een autoband in de werkplaats · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Op praktijkschool De Bolster in Groningen krijgen leerlingen regelmatig hulp bij kosten die hun opleiding of stage in de weg staan. Via het project Van Pro naar Prof kunnen scholen geld aanvragen voor bijvoorbeeld fietsen, werkschoenen en andere materialen. Het Rijk stelt hiervoor 1,8 miljoen euro beschikbaar, het Jeugdeducatiefonds verhoogt het budget tot 2,3 miljoen euro.

Het project loopt dit jaar voor het laatst als pilot en is inmiddels uitgebreid van 25 naar 140 deelnemende scholen. In Nederland zijn 177 praktijkscholen. Elke deelnemende school ontvangt 12.750 euro. De Bolster doet voor de derde keer mee.

Financiële problemen blijven vaak verborgen

Volgens het Nationaal Cohortonderzoek Onderwijs leeft minstens de helft van de leerlingen in het praktijkonderwijs in relatieve armoede. Deze leerlingen hebben daardoor niet altijd toegang tot bijles, boeken of andere ondersteuning. Ook praktische problemen kunnen hun schoolloopbaan onderbreken.

Zo bleef een leerling van De Bolster weg omdat haar elektrische fiets kapot was. Door een fysieke beperking kon ze niet op een gewone fiets reizen, terwijl openbaar vervoer en reparatie te duur waren. De school financierde een andere fiets, waarna ze weer naar school kwam.

Stagecoördinator en mentor Rian Bous ziet dat financiële zorgen niet altijd direct zichtbaar zijn. „Wij proberen verder te kijken dan het gedrag”, zegt ze. Een leerling verscheen niet op stage omdat hij een fiets moest delen met zijn broertje. Nadat het project een fiets had betaald, kon hij opnieuw beginnen.

Bous zegt dat de school door het project beter begrijpt waar problemen vandaan komen. „Verborgen problemen komen veel sneller naar boven”, zegt ze. De hulp is volgens haar nodig omdat leerlingen zonder de juiste spullen soms niet aan praktijklessen of stages kunnen deelnemen.

Zorgen over voortzetting

Praktijkonderwijs is bedoeld voor leerlingen die moeilijk uit boeken leren en minimaal drie jaar leerachterstand hebben. De opleiding duurt gemiddeld vijf jaar en bestaat voor een groot deel uit praktijklessen. Leerlingen lopen vaak stage bij kleinere bedrijven, die extra tijd en begeleiding moeten vrijmaken.

Projectleider Mariëlle Arnoldus zegt dat kinderen uit gezinnen met lage inkomens minder kansen krijgen om hun mogelijkheden te benutten. Zij pleit voor voortzetting van het project na de pilot. Ook Bous wil dat financiële hulp beschikbaar blijft, omdat scholen daarmee snel kunnen ingrijpen.

Arnoldus vindt dat gemeenten en grotere bedrijven een grotere rol kunnen spelen. „Ze zijn keihard nodig op de arbeidsmarkt”, zegt ze over de leerlingen. Volgens haar vraagt hun begeleiding aanvankelijk meer inzet, maar kunnen bedrijven daar later goed opgeleide medewerkers voor terugkrijgen.

Lees ook