Het aantal besmettingen met het westnijlvirus in Nederland loopt naar verwachting verder op. Het RIVM maakt nieuwe weekcijfers bekend en verwacht dat de stijging voorlopig doorzet. Muggenexpert Bart Knols deelt die verwachting.
Dit jaar zijn in Nederland vier mensen overleden aan het virus. De meeste besmette mensen merken daar niets van: ongeveer 80 procent krijgt geen klachten. Zo'n 19 procent krijgt griepachtige verschijnselen en 1 procent wordt ernstig ziek. Vooral ouderen lopen risico op ernstige gevolgen.
Bescherming tegen muggen
Het virus komt voor bij vogels en wordt verspreid door huissteekmuggen. Die kunnen vogels, mensen en zoogdieren zoals paarden besmetten. Mensen kunnen het virus niet rechtstreeks aan elkaar doorgeven. Uitzonderingen zijn onder meer overdracht via een bloeddonor.
Het RIVM noemt het besmettingsrisico klein, maar wijst erop dat de gevolgen ernstig kunnen zijn. Bedekkende kleding, horren, muggenwerende middelen en een klamboe kunnen helpen om steken te voorkomen. De huissteekmug prikt niet door dichte kleding heen.
Knols vindt alleen het advies om onder een klamboe te slapen onvoldoende. Hij pleit voor gerichte bestrijding op plekken waar veel besmette muggen, vogels of andere dieren worden aangetroffen. Vooral in de buurt van bijvoorbeeld een verpleeghuis zou volgens hem snel moeten worden ingegrepen. Daarbij kunnen volgens hem vangsystemen en pesticiden, waaronder biologische middelen, worden ingezet.
Vaccin voor mensen niet op korte termijn
In de week waarin het aantal besmettingen opliep van negen naar achttien, werden ook 53 nieuwe besmette paarden en 33 besmette vogels gemeld. In totaal zijn 27 vogels aan het virus overleden. Het gaat vooral om kauwen, kraaien en eksters, maar ook een havik testte positief.
Voor paarden bestaat al een vaccin. Dat wordt vooral gebruikt bij dieren die voor wedstrijden naar landen reizen waar het virus veel voorkomt. De vaccinatie is niet verplicht.
Een vaccin voor mensen komt er waarschijnlijk niet snel. Viroloog Marion Koopmans zegt dat ontwikkeling sneller kan verlopen als er al onderzoek bestaat, maar dat dit bij het westnijlvirus veel minder het geval is. Ook moet worden onderzocht of verwante virussen, zoals het denguevirus, invloed hebben op de veiligheid en werking.
Door warmere temperaturen kan het virus zich makkelijker in Nederland handhaven. Volgens het RIVM betekent een verdere temperatuurstijging echter niet automatisch dat veel meer mensen ziek worden. Bij paarden kunnen infecties het zenuwstelsel aantasten en dodelijk aflopen.



