In Nederland liggen 189 gebouwen waar kwetsbare mensen verblijven geheel of gedeeltelijk in gebieden met het hoogste risico op natuurbranden. Het gaat onder meer om verpleeghuizen, ziekenhuizen, scholen en kinderopvanglocaties. Ook 575 recreatieparken bevinden zich in zulke gebieden.
De gebouwen staan geregistreerd als ‘zeer kwetsbaar’. Daar verblijven mensen die zichzelf bij een noodsituatie niet snel genoeg in veiligheid kunnen brengen. De overheid houdt deze locaties bij in het Register Externe Veiligheidsrisico’s.
De risicogebieden zijn vastgesteld op basis van onder meer de hoeveelheid brandbare begroeiing, de droogte van de bodem en de kans dat een brand door menselijk handelen ontstaat. Van de 189 kwetsbare gebouwen zijn 13 basisscholen, 11 locaties voor geestelijke gezondheidszorg, 31 kinderopvanglocaties, 4 ziekenhuizen en een asielzoekerscentrum.
Evacuatie onder tijdsdruk
Bij een natuurbrand kan de beschikbare tijd voor evacuatie beperkt zijn. Vooral grote zorglocaties kunnen daardoor voor een ingewikkelde opgave komen te staan. Natuurbrandonderzoeker Cathelijne Stoof van Wageningen University waarschuwt dat een evacuatie met tientallen ambulances alleen uitvoerbaar is als daar voldoende tijd voor is. “Als je een zorglocatie hebt die alleen ontruimd kan worden met vijftig ambulances, dan kan dat als je twee dagen hebt. Maar niet als je maar 2 uur hebt.”
Ook recreatieparken vormen een risico, omdat daar in korte tijd veel mensen moeten vertrekken. Zij zijn vaak aangewezen op een beperkt aantal toegangswegen. Bij een natuurbrand kan dat leiden tot opstoppingen en problemen bij de evacuatie.
In natuurbrandgevoelige gebieden staan de komende jaren bovendien ruim 700 nieuwe zorg- en recreatiewoningen gepland. Voor gebouwen die van buitenaf door een natuurbrand kunnen worden bedreigd, bestaan geen specifieke regels. Dat geldt ook voor nieuwbouw op dergelijke locaties.
Brandweercommandant Anton Slofstra zegt dat de brandweer hierover wel advies kan geven, maar dat zij dit advies niet kan afdwingen. “Er is nog geen verplichting om dit op te pakken, en dat zou wat mij betreft wel een verplichting moeten worden.”



