De Europese Commissie heeft Nederland in gebreke gesteld wegens de toegang van andere spoorvervoerders tot het Nederlandse spoor. De Commissie stelt dat de overheid de Nederlandse Spoorwegen niet mag voortrekken bij de verdeling van capaciteit op belangrijke trajecten.
Nederland krijgt twee maanden om op de formele aanmaning te reageren. Blijft een oplossing uit, dan kan de zaak uiteindelijk bij het Europees Hof van Justitie terechtkomen.
De Europese regels zijn bedoeld om spoorlijnen toegankelijk te maken voor concurrerende vervoerders, ook uit andere landen. Het gaat onder meer om verbindingen tussen Groningen en Zwolle, Leeuwarden en Zwolle en Apeldoorn en Enschede.
De kwestie raakt aan de positie van NS op het hoofdrailnet. Het kabinet heeft dat netwerk onderhands aan het staatsbedrijf gegund en wil NS als landelijke vervoerder sterk houden. Volgens de overheid is dat nodig om de exploitatie van het spoorwegnet op niveau te houden.
Regionale vervoerders willen ruimte
Regionale vervoerders zijn al langer kritisch op de beschikbare spoorcapaciteit. In het Noorden is eerder gesproken over sprinterdiensten van Arriva tussen Groningen en Zwolle. Die plannen kwamen enkele jaren geleden niet van de grond na een conflict over de inkomsten van reizende studenten.
Arriva wilde een deel van die opbrengsten ontvangen, maar dat lukte niet. De vervoerder trok zich daarop terug. De discussie over toegang tot het spoor bleef daarmee bestaan.
Reizigersvereniging Rover heeft eerder steun uitgesproken voor initiatieven van regionale en private vervoerders. Die kunnen volgens de vereniging aanvullende treindiensten verzorgen, bijvoorbeeld nachttreinen of grensoverschrijdende verbindingen.
Ook de Werkgroep Spoor in Fryslân ziet belang in ruimere toegang tot het spoor. De vrijwilligersorganisatie wijst op internationale verbindingen vanuit het Noorden, waaronder de Wunderline tussen Groningen en Bremen. Menno van der Veen van de werkgroep noemt die verbinding een belangrijke stap richting een betere aansluiting op Noord-Duitsland en Scandinavië.
De Europese Commissie benadrukt met de procedure dat spoorbedrijven onder gelijke voorwaarden toegang moeten kunnen krijgen tot het netwerk. De Nederlandse reactie op de aanmaning moet duidelijk maken of het kabinet de regels aanpast of de juridische procedure laat doorlopen.



