De 59-jarige eigenaar van een telefoonwinkel uit De Meern is veroordeeld voor witwassen. De rechtbank legde hem een gevangenisstraf van 24 maanden op, waarvan de helft voorwaardelijk. Ook worden laptops en ruim 78.000 euro aan contant geld die bij een inval zijn gevonden, verbeurd verklaard.
De man maakte jarenlang deel uit van een netwerk waarin grote bedragen aan contant geld, bitcoins en versleutelde telefoons circuleerden, oordeelt de rechtbank. In een periode van ruim vierenhalf jaar verdiende hij bijna een half miljoen euro met de verkoop van PGP-telefoons en met EncroChat- en Sky ECC-abonnementen. Die inkomsten stonden niet in de administratie van zijn winkel.
Berichten uit versleutelde diensten
De politie en justitie kregen toegang tot berichten die via EncroChat en Sky ECC waren verstuurd. In duizenden chats kwamen de naam van de winkel, het adres aan de Amsterdamsestraatweg en later ook persoonsgegevens van de verdachte terug. De rechtbank stelt vast dat hij accounts gebruikte om PGP-telefoons en abonnementen voor de versleutelde communicatiediensten te verkopen.
Klanten konden bij hem ook accounts laten verlengen. In enkele gevallen konden gegevens worden verwijderd nadat een gebruiker door de politie was aangehouden. De rechtbank concludeert dat de winkeleigenaar wist dat hij zaken deed met personen die betrokken waren bij criminaliteit.
De man had voor ten minste 3,8 miljoen euro aan bitcoins. In onderschepte berichten werd gesproken over het wisselen van bitcoins naar contant geld en andersom. Ook kwamen geldtransporten naar Turkije ter sprake die buiten het reguliere bankverkeer om plaatsvonden. De tenlastelegging gaat uit van bijna 969.000 euro aan ondergronds bankieren.
Geen verklaring voor geldstromen
Tijdens het onderzoek en de behandeling van de strafzaak beriep de verdachte zich op zijn zwijgrecht. De rechtbank benadrukt dat hij daartoe gerechtigd is, maar stelt dat hierdoor geen verklaring is gegeven voor de herkomst van het geld en de cryptovaluta. De rechters achten bewezen dat de bedragen en bitcoins ten minste deels uit misdrijven kwamen en dat de man daarvan op de hoogte was.
De rechtbank hield bij de straf rekening met de lange duur van de zaak. Tussen de aanhouding in februari 2022 en het vonnis verstreken meer dan vier jaar. Daarmee werd de redelijke termijn met meer dan twee jaar overschreden. Daarom hoeft de man twaalf maanden van de opgelegde celstraf niet uit te zitten, tenzij hij opnieuw de fout ingaat.
Het Openbaar Ministerie had naast dezelfde celstraf ook een boete van 100.000 euro geëist. Die boete komt er niet. Het OM wil wel nog een procedure starten om mogelijk wederrechtelijk verkregen voordeel af te pakken.



