Een op de drie moeders van extreem vroeg geboren baby’s krijgt PTSS

Een op de drie moeders van extreem vroeg geboren baby’s ontwikkelt PTSS-klachten. Ook vaders lopen risico op psychische problemen, blijkt uit landelijk onderzoek van psycholoog Kirsten Muller van het Erasmus MC en Amsterdam UMC.

Zorgverleners bij couveuses op een neonatale intensivecareafdeling
Zorgverleners bij couveuses op een neonatale intensivecareafdeling · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

De opname van een extreem vroeg geboren baby op een neonatale intensivecareafdeling kan langdurige psychische gevolgen hebben voor ouders. Een op de drie moeders ontwikkelt PTSS-klachten, bij vaders gaat het om een op de zes. Ouders hebben daarnaast een grotere kans op een depressie.

In Nederland worden jaarlijks ongeveer zevenhonderd kinderen extreem vroeg geboren. Zij komen ter wereld na een zwangerschap van 24 tot 28 weken. Bij een geboorte na 24 weken is de overlevingskans 50 procent. Van de kinderen die na 26 weken worden geboren, gaat uiteindelijk driekwart mee naar huis.

Langdurige onzekerheid

De eerste periode in het ziekenhuis is vaak zwaar. Ouders worden geconfronteerd met alarmgeluiden, medische apparatuur, snoeren en soms een plotselinge verslechtering van de gezondheid van hun kind. Ook kunnen zij op een open afdeling meemaken dat andere baby’s ernstig ziek worden.

„De meeste hobbels zijn in het begin, maar ook nadat het een lange tijd goed is gegaan, kan er opeens een flinke terugval zijn. Voor ouders levert dat grote onzekerheid op”, zegt neonatoloog Gerbrich van den Bosch van het Erasmus MC. Het Sophia Kinderziekenhuis behandelt kinderen vanaf 24 weken zwangerschap.

De psychische klachten kunnen nog jaren na de ziekenhuisopname blijven bestaan. Ouders kunnen worden opgeschrikt door een piepje, slecht slapen, angst krijgen voor een ziekenhuisbezoek of depressieve gevoelens ontwikkelen. Een deel van de kinderen houdt bovendien blijvende gevolgen over aan de vroeggeboorte, zoals een ontwikkelingsachterstand, en blijft daarom onder controle in het ziekenhuis.

Volgens onderzoeker Kirsten Muller, die is verbonden aan het Erasmus MC en Amsterdam UMC, zoeken ouders soms pas jaren later hulp. „Ouders kloppen soms pas jaren later aan voor hulp, dan wordt niet altijd meer de link gelegd met een vroeggeboorte”, zegt zij.

Moeders lopen groter risico

Moeders houden ongeveer twee keer zo vaak klachten over als vaders. Zij brengen gemiddeld meer tijd door op de neonatale intensivecare. Vaders blijven vaker thuis bij andere kinderen. Sommige moeders kampen daarnaast met schuldgevoelens over de vroeggeboorte.

Het werkelijke aantal ouders met klachten kan hoger liggen dan uit het onderzoek naar voren komt. Ouders van overleden baby’s en mensen die geen Nederlands spreken, kregen geen vragenlijst. Ook ouders die het ziekenhuis mijden vanwege hun trauma hebben die mogelijk niet ingevuld.

Lees ook