Faunabeheerders kunnen door de droogte rond Groessen beter zien waar muskusratten en bevers schade hebben veroorzaakt. Door de lage waterstand komen geulen en holen droog te liggen, waardoor de omvang en locatie van gangenstelsels nauwkeuriger kunnen worden vastgesteld.
Die schade kan risico's opleveren voor dieren en mensen. Jos Madern, faunabeheerder, wijst op een geul die deels met takken is bedekt. "Koeien en paarden kunnen hierdoor wel hun poten breken."
De dieren graven gangen in oevers en langs watergangen. Daardoor kunnen gaten en verzakkingen ontstaan bij onder meer wegen en fietspaden. Grote incidenten zijn tot nu toe uitgebleven, maar de aanwezige schade beperkt zich niet alleen tot zichtbare gaten.
Risico bij stijgend water
Boven een zwemgeul van een bever kan een hol doorlopen onder de grond. Als het waterpeil daarna snel stijgt, kan de bodem zacht en instabiel worden. Tractoren en kleine graafmachines kunnen dan wegzakken, zegt Madern. Dat is dit jaar al gebeurd.
De droogte maakt het voor beheerders ook eenvoudiger om de verspreiding van de dieren te volgen. Ecologen en faunabeheerders hadden al waarnemingen verzameld langs de waterkant, maar de huidige omstandigheden geven een vollediger beeld van plekken waar de dieren komen en gaan.
Madern ziet dat muskusratten en bevers op meer locaties voorkomen en in aantal toenemen. Voor waterschappen en boeren leidt de droogte ondertussen tot andere problemen, zoals een watertekort, moeilijkheden bij beregening en risico op blauwalg en vissterfte.
Herstel niet altijd direct mogelijk
Gaten en geulen kunnen niet altijd meteen worden opgevuld. Wanneer een bever een gang nog gebruikt, gelden beschermingsregels. De bever is een Europees beschermde diersoort, waardoor beheerders voor ingrepen vaak een vergunning moeten aanvragen.
Bij schade aan een dijk ligt dat anders. Als een bever daar een gangenstelsel heeft gegraven, mag de situatie direct worden aangepakt. "Dan is het prioriteit nummer één", zegt Madern.



