De provincie Noord-Brabant mag voorlopig niet handhaven op twee regels voor het terugdringen van ammoniakuitstoot uit oudere stallen. De rechtbank in Den Bosch heeft bepaald dat de handhaving tot 1 februari 2027 wordt opgeschort.
De uitspraak betekent dat veehouders voorlopig geen maatregelen hoeven te nemen om aan die onderdelen van het provinciale stallenbeleid te voldoen. De rechtbank vindt dat eerst duidelijk moet worden welke stikstofmaatregelen het kabinet invoert en welke financiële steun boeren daarvoor kunnen krijgen.
De zaak was aangespannen door de boerenorganisaties ZLTO en de Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV). Zij vinden het onredelijk dat boeren grote investeringen moeten overwegen, terwijl het landelijke stikstofbeleid nog niet definitief is.
Onzekerheid over landelijke aanpak
Noord-Brabant wil de stikstofuitstoot van de landbouw verminderen. Daarom stelde de provincie regels op voor veehouders met oudere stallen. Vorig jaar werd de aanpak aangepast: boeren kregen meer vrijheid om zelf maatregelen te kiezen, zolang hun stikstofuitstoot maar daalt.
ZLTO en POV hadden bezwaar tegen de provinciale eisen en stapten naar de rechter. Volgens de rechtbank is nog onvoldoende duidelijk hoe de plannen van het kabinet voor stikstof precies worden uitgewerkt. Daardoor bestaat het risico dat boeren nu investeren in aanpassingen die later niet nodig blijken te zijn of waarvoor landelijke steun beschikbaar komt.
De provincie moet daarom voorlopig afwachten wat er vanuit Den Haag gebeurt. De rechtbank heeft het Brabantse stallenbeleid niet geschrapt. Noord-Brabant blijft verantwoordelijk voor het behalen van de stikstofdoelen en mag daarvoor beleid blijven maken.
Voor veehouders betekent de uitspraak vooral dat zij extra tijd krijgen en voorlopig geen handhaving hoeven te vrezen op de twee onderdelen waarop de beslissing betrekking heeft. De overige regels van het provinciale beleid blijven van kracht.
ZLTO en POV willen dat de provincie en het Rijk de uitspraak aangrijpen om gezamenlijk nieuw beleid te maken. Dat beleid moet volgens de organisaties juridisch houdbaar en praktisch uitvoerbaar zijn en moeten aansluiten op de landelijke aanpak. Zij zeggen dat agrarische ondernemers behoefte hebben aan duidelijkheid en perspectief.



