Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft in de afgelopen week acht nieuwe besmettingen met het westnijlvirus geregistreerd. In totaal zijn dit jaar in Nederland 72 besmettingen vastgesteld.
Er zijn geen nieuwe sterfgevallen gemeld onder mensen die het virus hadden opgelopen. In totaal zijn dit jaar tien besmette mensen overleden.
Meeste besmettingen in Zuid-Holland
Zuid-Holland telt met 41 gevallen veruit de meeste besmettingen. Het virus is daarnaast vastgesteld bij inwoners van Utrecht, Noord-Holland, Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel.
Bij de meeste patiënten kwam de besmetting aan het licht nadat zij vanwege gezondheidsklachten in het ziekenhuis waren opgenomen. Het RIVM meldt niet hoeveel van de nieuwe gevallen uit die groep komen.
Het westnijlvirus is afkomstig van vogels. Muggen kunnen het virus vervolgens op mensen overdragen. Mensen raken doorgaans besmet na een beet van een besmette mug.
De meeste mensen merken weinig of niets van een infectie. Bij een deel van de besmette mensen ontstaan griepachtige klachten, zoals koorts en vermoeidheid. In ernstigere gevallen kan het virus leiden tot neurologische klachten.
Er is geen specifieke behandeling tegen het westnijlvirus. De zorg richt zich op het verminderen van de klachten. Het risico op besmetting kan worden beperkt door muggenbeten te voorkomen, bijvoorbeeld met bedekkende kleding en insectenwerend middel.


