Borstkankerscreening kampt met personeelstekort en langere wachttijden

Het bevolkingsonderzoek naar borstkanker kan door personeelstekorten niet altijd elke twee jaar worden uitgevoerd. Deskundigen zien mogelijkheden voor screening op maat, terwijl zij benadrukken dat de voordelen van het onderzoek vooralsnog groter zijn dan de nadelen.

Medewerker voert een mammografie uit tijdens het bevolkingsonderzoek naar borstkanker
Medewerker voert een mammografie uit tijdens het bevolkingsonderzoek naar borstkanker · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Het bevolkingsonderzoek naar borstkanker staat onder druk door een tekort aan personeel. Daardoor worden niet alle deelnemers meer binnen de gebruikelijke termijn van twee jaar opgeroepen. Ook moeten mensen soms verder reizen, omdat mobiele onderzoekslocaties anders worden ingezet.

Jaarlijks nemen ruim 850.000 mensen van 50 tot 75 jaar deel aan het onderzoek. Dat is ongeveer 65 procent van de doelgroep. Ondanks de screening overlijden in Nederland ieder jaar meer dan 3.000 mensen aan borstkanker.

Langere perioden tussen twee onderzoeken kunnen gevolgen hebben voor de effectiviteit. Er kunnen meer intervalkankers ontstaan, tumoren die zich ontwikkelen tussen twee screeningsrondes. Het RIVM berekent dat een blijvend langer interval in 2050 kan leiden tot 13 tot 21 procent meer sterfte door borstkanker.

Voordelen en nadelen

Over de waarde van brede borstkankerscreening bestaat al langer discussie. Hoogleraren Willem Mali en Yolanda van der Graaf pleiten voor een gerichtere aanpak, omdat onderzoeken ook fout-positieve uitslagen en overbehandeling kunnen opleveren. Sommige gevonden afwijkingen groeien zo langzaam dat zij tijdens iemands leven geen klachten zouden veroorzaken.

Chirurg-oncoloog Wendy Kelder van het Martini Ziekenhuis en het Academisch Borstcentrum Groningen herkent dat risico. "Zodra we bij de screening ontdekken dat iemand zo'n voorstadium van kanker heeft, volgt er op dit moment uitgebreid onderzoek en vaak een zware behandeling", zegt zij. Vooral bij oudere mensen kan behandeling van zo'n afwijking soms achteraf niet nodig zijn geweest.

Het RIVM erkent dat screening tot overdiagnostiek en overbehandeling kan leiden, maar stelt dat de voordelen bij de huidige bevolkingsonderzoeken nog steeds zwaarder wegen. Ook de Gezondheidsraad beoordeelde de nut-risicoverhouding van het borstkankeronderzoek in 2024 positief. Een screeningsprogramma mag alleen bestaan als die balans in het voordeel van deelnemers uitvalt.

De Borstkankervereniging Nederland wijst erop dat door deelname jaarlijks 850 tot 1.000 minder mensen aan borstkanker overlijden. Woordvoerder Addy Plieger zegt dat vooraf niet valt vast te stellen welke tumor zal doorgroeien en welke niet. Minder screenen is volgens de vereniging daarom geen wenselijke oplossing.

Screening afgestemd op risico

Kelder pleit niet voor het beëindigen van het programma. Vroege ontdekking kan patiënten een betere prognose en een minder zware behandeling bieden. Wel ziet zij ruimte om de beschikbare capaciteit doelgerichter in te zetten.

Nu krijgt iedere deelnemer hetzelfde screeningsinterval, terwijl het individuele risico verschilt. Bij screening op maat zou dat risico kunnen bepalen hoe vaak iemand wordt uitgenodigd. Zo kan het onderzoek volgens Kelder met minder personeel zo zinvol mogelijk blijven.

Lees ook