Artsen vrezen verlies van vertrouwen door afbouw longcovidzorg

Huisartsen, specialisten en wetenschappers zijn kritisch op de plannen van minister Sophie Hermans voor longcovidpatiënten. Zij vrezen dat de zorg te snel naar huisartsen wordt verschoven, terwijl richtlijnen en bewezen behandelingen nog grotendeels ontbreken.

Man in een woonkamer kijkt naar een schilderij bij het raam
Man in een woonkamer kijkt naar een schilderij bij het raam · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Huisartsen, medisch-specialisten en wetenschappers verzetten zich tegen de plannen van zorgminister Sophie Hermans voor patiënten met long covid, ME en Q-koorts. Hermans wil de financiering van acht longcovidexpertisecentra sterk verminderen en de verantwoordelijkheid voor de zorg grotendeels terugleggen bij huisartsen.

Volgens de artsen komt die verschuiving te vroeg. Het onderzoek naar post-acute infectieuze syndromen, waaronder long covid, staat nog in een vroege fase. Voor veel behandelingen is nog onvoldoende wetenschappelijk bewijs en zijn geen medische richtlijnen beschikbaar.

Minder geld voor expertisecentra

De expertisecentra werden twee jaar geleden geopend in academische ziekenhuizen. Het kabinet stelde daarvoor 27 miljoen euro beschikbaar. De centra moesten vooral experimentele behandelingen onderzoeken, kennis opbouwen en de basis leggen voor richtlijnen waarmee huisartsen later de meeste patiënten zouden kunnen behandelen.

Hermans wil het gezamenlijke budget voor de acht centra terugbrengen naar 1 miljoen euro per jaar. De artsen achter de centra zeggen dat daarmee hun belangrijkste taken niet meer kunnen worden uitgevoerd. Het gaat om onderzoek, onderwijs aan andere zorgverleners en ondersteuning bij complexe patiëntgevallen.

Medisch-specialist Melvin Lafeber zegt namens de centra dat het zorgsysteem daardoor vastloopt. “Er is financiering nodig om kennis en behandelingen te ontwikkelen, maar die financiering voor zorg is pas beschikbaar als vergoede zorg wanneer de effectiviteit al bewezen is.”

Ook huisartsen vrezen problemen als patiënten voortaan vooral in de reguliere zorg worden behandeld. Hedwig Vos, huisarts, hoogleraar huisartsengeneeskunde en bestuurslid van het Universitair Netwerk Huisartsengeneeskunde, waarschuwt voor verschillen tussen artsen. “Dan ontstaat zorgongelijkheid en dat is funest voor het patiëntvertrouwen”, zegt zij.

De zorgen worden versterkt door het aflopen van tijdelijke onderzoeksprojecten. Verwacht wordt dat de eerste resultaten die volgend jaar beschikbaar komen, nog niet genoeg bewijs opleveren om behandelingen in het basispakket op te nemen. Onderzoekers kunnen daarna hun werk mogelijk niet voortzetten, waardoor opgebouwde kennis verloren dreigt te gaan.

Bij het Amsterdam UMC worden momenteel nieuwe patiënten afgebeld omdat medewerkers zijn vertrokken naar banen met meer zekerheid. De Gezondheidsraad en een evaluatieteam van het ministerie adviseerden onlangs juist om snel extra geld beschikbaar te stellen voor expertisecentra en een langdurig onderzoeksprogramma.

Hermans wil eerst via ZonMw laten onderzoeken welke richtingen het meest kansrijk zijn. Volgens patiënten betekent die aanpak dat grote nieuwe onderzoeken pas over twee tot drie jaar kunnen beginnen. Carlijn Keijzer, die ME heeft, organiseert met lotgenoten een demonstratie in Den Haag. “We hadden al veel meer kunnen weten”, zegt zij.

Lees ook