Aanhoudende droogte maakt verdeling van Nederlands water moeilijker

Door de lage rivierafvoer wordt het steeds lastiger om Nederland tegelijk zoet te houden, scheepvaart mogelijk te maken en dijken en natuur van water te voorzien. Rijkswaterstaat en waterschappen moeten daarom scherpe keuzes maken.

Inspecteurs bekijken een drooggevallen waterbekken met een verlaten boot
Inspecteurs bekijken een drooggevallen waterbekken met een verlaten boot · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Nederland beschikt over een uitgebreid netwerk van stuwen, sluizen en gemalen om het waterpeil te regelen. Dat systeem moet niet alleen overstromingen voorkomen, maar ook zout zeewater buiten de laaggelegen polders houden. Bij een lage rivierafvoer neemt de druk op dat netwerk sterk toe.

Rivierwater biedt tegendruk aan het zeewater dat via de Nieuwe Waterweg, de Westerschelde, zeesluizen en de ondergrond Nederland binnenkomt. Tegelijk moet water beschikbaar blijven voor scheepvaart, landbouw, natuur en de stabiliteit van dijken. Die belangen kunnen elkaar tijdens langdurige droogte in de weg zitten.

Water verdelen over meerdere routes

Bij IJmuiden regelen spuisluizen en pompen het niveau van het Noordzeekanaal en het Amsterdam-Rijnkanaal. Het waterpeil moet hoog genoeg blijven voor de scheepvaart, maar mag ook niet zo hoog worden dat schepen niet meer onder bruggen door kunnen of wateroverlast ontstaat. In droge perioden moet bovendien zoet water worden vastgehouden. Zeesluizen worden daarom zo mogelijk minder vaak geschut, omdat bij iedere schutting zout water het achterland binnenstroomt.

Extra water kan via de Prinses Irenesluizen bij Wijk bij Duurstede naar het Amsterdam-Rijnkanaal worden geleid. Ook de Oranjesluizen kunnen zoet water vanuit het Markermeer naar het Noordzeekanaal brengen. Dat vergroot de tegendruk tegen het zoute water, maar betekent ook dat er minder water beschikbaar is voor andere delen van het land.

Bij het Haringvliet kan Rijkswaterstaat de sluizen sluiten om de beperkte hoeveelheid rivierwater richting de Nieuwe Waterweg te sturen. Daar is extra water nodig om verzilting tegen te gaan. Een andere belangrijke voorziening is de Klimaatbestendige Wateraanvoervoorziening, die water vanuit de Lek en het Amsterdam-Rijnkanaal naar laaggelegen delen van Zuid-Holland brengt. Zo blijven veendijken vochtig en wordt voorkomen dat veengrond uitdroogt en CO2 uitstoot.

Gevolgen voor scheepvaart en natuur

Ook in het oosten en zuiden zijn belangrijke knelpunten. De stuw bij Driel verdeelt het Rijnwater en kan water richting de IJssel sturen. Omdat de aanvoer laag is, staat de stuw volledig open. Het complex bij Eefde werd volledig gesloten, omdat het schutten te veel water uit het Twentekanaal zou laten verdwijnen en de pompen dat verlies niet konden compenseren.

In de Maas houden zeven stuwen het waterpeil op peil voor de scheepvaart. Stuw Borgharen is de eerste daarvan in Nederland. Gemaal Panheel pompt Maaswater naar kanalen in Midden-Limburg en Noord-Brabant, waar het nodig is voor bedrijven, scheepvaart en de natuur in de Peel. Naarmate de droogte langer duurt, wordt de afweging tussen die functies steeds ingrijpender.

Lees ook