Ongeveer 62.500 van de 250.000 mensen met een ernstige psychische aandoening krijgen geen of onvoldoende zorg. Dat is een op de vier cliënten. De Nederlandse ggz waarschuwt in het rapport Blijvend Nabij dat deze groep daardoor buiten beeld kan raken en pas opnieuw hulp krijgt wanneer een crisis ontstaat.
De problemen ontstaan vooral bij overgangen tussen zorg, wonen, justitie en gemeenten. Na een ontslag uit een kliniek, een verhuizing of het einde van een celstraf is vaak onduidelijk wie de begeleiding overneemt. Daardoor kunnen cliënten zonder ondersteuning komen te staan, terwijl het wegvallen van structuur hun psychische problemen kan verergeren.
Tekort aan woningen en zorgplekken
De sector beschrijft drie elkaar versterkende problemen: een draaideur in de acute zorg, een wachtlijstspiraal voor onder meer forensische zorg en een tekort aan plaatsen in het beschermd wonen. Ook de financiering en aansturing zijn versnipperd. In totaal zijn er inmiddels tien wettelijke kaders voor de zorg aan mensen met psychische kwetsbaarheid.
Voor de uitstroom uit beschermd wonen waren in 2023 3.980 corporatiewoningen nodig. Er kwamen dat jaar 1.320 woningen beschikbaar. Het tekort van 2.660 woningen houdt plaatsen bezet, waardoor nieuwe cliënten niet kunnen worden opgenomen en wachttijden kunnen oplopen tot langer dan een jaar.
Een ernstige psychische aandoening gaat bovendien vaak samen met andere problemen. Ruim 40 procent van de betrokkenen is ook licht verstandelijk beperkt, 20 tot 50 procent heeft een verslaving en 80 procent heeft geen betaald werk. Als mensen vervolgens zelf hun medicatie, financiën, huisvesting en contacten met zorgverleners moeten regelen, kunnen zelfverwaarlozing, suïcidaliteit, dakloosheid en zorgmijding ontstaan.
De Onderzoeksraad voor Veiligheid schat dat 24.000 tot 60.000 mensen hierdoor gevaar voor zichzelf kunnen lopen. Ongeveer 1.500 cliënten, 0,6 procent van alle mensen met een ernstige psychische aandoening, kunnen volgens die schatting een gevaar voor anderen vormen. De Nederlandse ggz benadrukt dat dit een minderheid is.
„We weten waar het misgaat”, zegt Ruth Peetoom, voorzitter van de Nederlandse ggz. „Dan mag iemand niet ineens alleen komen te staan.” De organisatie pleit daarom voor bemoeizorg in alle gemeenten. Gemeenten zouden maatschappelijk werk moeten bieden, terwijl ggz-instellingen behandelingsteams leveren. Zo moet een langdurige zorgrelatie ontstaan die cliënten ook tijdens veranderingen in hun situatie blijft volgen.



