De Duitse startup Orbital Matter heeft met de kleine satelliet Replicator-2 een stijve kunststof balk van een halve meter geprint in de ruimte. Het bedrijf noemt het de eerste keer dat een vrij vliegend ruimtevaartuig in een baan om de aarde zo’n constructie heeft gemaakt.
Replicator-2 werd deze zomer gelanceerd tijdens een gedeelde SpaceX-missie. Aan boord zijn vier 3D-printers. Die maken cilindervormige balken door hars in opeenvolgende windingen uit te persen en met ultraviolet licht uit te harden.
Grotere constructies in een baan om de aarde
De technologie kan ruimtevaartorganisaties helpen om grotere zonnepanelen, antennes en andere onderdelen buiten de aarde te bouwen. Zulke constructies passen tijdens de lancering vaak niet volledig uitgevouwen in de neuskegel van een raket. Nu worden ze meestal opgevouwen en na aankomst in de ruimte uitgevouwen, wat technisch ingewikkeld is.
De geprinte balk diende als een uitschuifbare arm voor een flexibel zonnepaneel. Eén van de twee printers die daarvoor bedoeld waren, viel door een storing uit. De arm die wel werd gemaakt, kon het zonnepaneel alsnog uitvouwen. Eerdere experimenten met 3D-printen in microzwaartekracht vonden alleen plaats in de drukcabine van het Internationaal Ruimtestation.
“Replicator 2 is het eerste bewijs dat we een zonnepaneel in de ruimte kunnen bouwen, op de omvang die de missie nodig heeft”, zegt topman en medeoprichter Jakub Stojek. Orbital Matter werkt voor het project samen met de Europese ruimtevaartorganisatie ESA en satellietbouwer Thales Alenia.
De lengte van de balk wordt voorlopig beperkt door de hoeveelheid hars aan boord. Ingenieurs van het bedrijf denken dat armen van 100 meter haalbaar zijn. Ter vergelijking: de zonnepanelen van SpaceX’ Starlink V2-satellieten zijn ongeveer 20 meter lang.
Orbital Matter werd in 2022 opgericht en haalde 3 miljoen dollar op in een eerste financieringsronde. Een volgende demonstratiemissie staat gepland voor 2028. Die moet met een grotere satelliet een zonnepaneel uitklappen dat 5 kilowatt kan opwekken. Het bedrijf mikt uiteindelijk op vleugels met meer dan 100 kilowatt vermogen in 2030.



