OpenAI was zich ervan bewust dat het gebruik van miljoenen auteursrechtelijk beschermde krantenartikelen grote gevolgen kon hebben voor nieuwsuitgevers. In interne documenten wordt het gebruik van de artikelen omschreven als een „existentiële bedreiging” voor de sector.
De documenten zijn openbaar gemaakt in de rechtszaak die The New York Times in 2023 aanspande tegen OpenAI en Microsoft. De krant en andere aangesloten mediabedrijven eisen miljarden dollars omdat de technologiebedrijven volgens hen zonder toestemming artikelen hebben gebruikt voor de ontwikkeling van chatbots.
OpenAI en Microsoft stellen daartegenover dat het gebruik van het materiaal onder de Amerikaanse regels voor fair use valt. Die regels maken in bepaalde omstandigheden gebruik van auteursrechtelijk beschermd werk mogelijk zonder voorafgaande toestemming.
Betaalmuur
Uit de processtukken blijkt ook dat Greg Brockman, medeoprichter en voorzitter van de raad van commissarissen van OpenAI, wist dat medewerkers technieken gebruikten om artikelen achter betaalmuren te verkrijgen. Toen een medewerker meldde een manier te hebben gevonden om zo'n betaalmuur te omzeilen, reageerde Brockman volgens de documenten met: „Ah nice”.
Nick Turley, hoofd van de ChatGPT-afdeling, waarschuwde dat chatbots een „existentiële bedreiging” voor uitgevers konden worden. Hij schreef dat de producten van nieuwsbedrijven door chatbots steeds verder zouden worden verdrongen.
Ook binnen Microsoft waren er zorgen over de herkomst van het trainingsmateriaal. Brent Hecht, hoofd toegepaste wetenschap bij het bedrijf, noemde het trainen van grote taalmodellen met auteursrechtelijk beschermd materiaal volgens de stukken „een verbijsterende diefstal van ongekende proporties”.
Microsoft schatte dat het aantal gebruikers dat vanuit een chatbotantwoord doorklikt naar het onderliggende nieuwsartikel 83 tot 93 procent lager ligt dan bij zoekmachines. Daardoor kunnen uitgevers veel minder bezoekers en advertentie-inkomsten overhouden wanneer mensen nieuws rechtstreeks via een chatbot vinden.
Microsoft-topman Satya Nadella verklaarde als getuige dat hij had geëist dat OpenAI zijn modellen opnieuw zou trainen als hij vooraf had geweten dat informatie achter betaalmuren was gebruikt. De rechtszaak moet onder meer bepalen of OpenAI en Microsoft het materiaal zonder toestemming mochten inzetten en welke financiële gevolgen dat eventueel heeft.



