Groeiende hoeveelheid ruimtepuin vergroot kans op botsingen

De hoeveelheid ruimtepuin rond de aarde neemt toe en daarmee ook het risico op botsingen met satellieten. De Europese ruimtevaartorganisatie ESA wil de groei van nieuw puin in 2030 stoppen, maar internationale regels ontbreken.

Illustratie van ruimtepuin rond de aarde
Illustratie van ruimtepuin rond de aarde · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Een rakettrap van SpaceX is om 08.35 uur op de maan neergestort. NASA registreerde de inslag, na een tocht van anderhalf jaar door de ruimte. Inslagen op de maan zijn uitzonderlijk, maar resten van raketten en satellieten zorgen rond de aarde steeds vaker voor risico's.

Ruimtepuin bestaat uit door mensen gemaakte objecten die geen functie meer hebben. Het gaat om afgedankte satellieten en raketonderdelen, maar ook om kleine delen zoals schroeven en verfschilfers. ESA volgt dagelijks ongeveer 40.000 objecten, terwijl er naar schatting meer dan 1,2 miljoen brokstukken groter dan één centimeter in een baan om de aarde zijn.

De meeste resten bevinden zich in een lage baan rond de aarde. Daar bewegen ze met gemiddeld ongeveer 22.000 kilometer per uur, circa 25 keer de kruissnelheid van een groot passagiersvliegtuig. Door de groei van commerciële en overheidsactiviteiten in de ruimte neemt de drukte in deze banen toe.

Botsingen kunnen nieuw puin veroorzaken

Zelfs een klein object kan bij die snelheid een satelliet ernstig beschadigen of vernietigen. Een botsing levert bovendien nieuwe brokstukken op, die vervolgens weer andere objecten kunnen raken. Zo kan een zichzelf versterkende kettingreactie ontstaan, ook bekend als het Kesslersyndroom.

"Het Kesslersyndroom is al in stilte begonnen", zegt Holger Krag, hoofd ruimteveiligheid van ESA. "Zelfs als we nu volledig stoppen met lanceren, ontstaan door botsingen meer brokstukken dan er verbranden in de atmosfeer."

Als zulke botsingen zich blijven opstapelen, kunnen delen van de ruimte rond de aarde moeilijk of niet meer bruikbaar worden. Dat kan gevolgen hebben voor satellieten die nodig zijn voor telecommunicatie, weersverwachtingen en observatie van de aarde. ESA pleit daarom voor het gecontroleerd opruimen van satellieten die niet meer worden gebruikt.

Zorgen over terugkerende satellieten

Ook satellieten die aan het einde van hun levensduur terugkeren in de atmosfeer kunnen gevolgen hebben. Starlink wil tienduizenden satellieten in een lage aardbaan plaatsen. Deze satellieten hebben een beperkte levensduur en worden ongeveer elke vijf jaar vervangen.

Bij het gecontroleerd laten terugvallen van satellieten is het de bedoeling dat zij volledig verbranden. Wetenschappers van het KNMI waarschuwen dat daarbij stoffen kunnen vrijkomen die de ozonlaag blijvend kunnen aantasten. De huidige hoeveelheid geldt nog niet als zorgelijk, maar een groter aantal terugkerende satellieten kan de concentratie verhogen.

ESA werkt met de Zero Debris-aanpak aan het doel om de groei van ruimtepuin vanaf 2030 te stoppen. Zonder internationale wetgeving kunnen landen en bedrijven echter niet worden verplicht om gezamenlijke maatregelen te nemen.

Lees ook