Google test datacenter in de ruimte met eerste satelliet

Google lanceert een kleine testsatelliet voor Project Suncatcher, een plan om AI-berekeningen in de ruimte uit te voeren. De satelliet moet uitwijzen of een netwerk van ruimtecomputers technisch haalbaar is.

Medewerkers testen de satelliet voor Googles Project Suncatcher in een cleanroom
Medewerkers testen de satelliet voor Googles Project Suncatcher in een cleanroom · Beeld: Netgebeurd (AI-illustratie)

Google lanceert donderdag om 20:18 uur Nederlandse tijd vanuit Californië een kleine testsatelliet voor Project Suncatcher. Het bedrijf wil onderzoeken of AI-berekeningen in de ruimte kunnen worden uitgevoerd met satellieten die samen een datacenter vormen.

De satelliet beschikt over zonnepanelen die één kilowatt aan stroom kunnen opwekken. Dat is ongeveer vergelijkbaar met het vermogen van een blender. Google is daarmee het eerste bedrijf dat een testsatelliet voor dit type ruimte-infrastructuur lanceert. Ook SpaceX en Blue Origin werken aan vergelijkbare plannen.

Zonne-energie en koeling

Een belangrijk voordeel van datacenters in een baan om de aarde is volgens ruimtedeskundige Rob van den Berg de beschikbaarheid van zonne-energie. De satellieten worden volgens hem op een hoogte gebracht waar de zon voortdurend schijnt. Google zegt dat zonnepanelen daar tot acht keer meer stroom kunnen opwekken dan zonnepanelen op aarde.

Ook de koeling kan voordelen bieden. Datacenters op aarde gebruiken veel water om hun computers op temperatuur te houden. In de ruimte is de omgeving zeer koud, maar warmte afvoeren is daar niet eenvoudig omdat er geen lucht is. Google heeft daarom een andere technologie moeten ontwikkelen om de warmte van de satelliet kwijt te raken.

De apparatuur moet daarnaast bestand zijn tegen sterke straling, die computerchips kan beschadigen. Van den Berg noemt de test daarom noodzakelijk. "Hoe dit in de praktijk gaat werken, weten we nog niet zo goed", zegt hij.

Honderden satellieten nodig

Eén satelliet kan geen volwaardig datacenter vervangen. Daarvoor zijn volgens de plannen honderden of mogelijk duizenden satellieten nodig, die als afzonderlijke onderdelen van één grote supercomputer samenwerken. Van den Berg vergelijkt die uitbreiding met Lego-bouwstenen.

Een groot netwerk brengt ook risico's met zich mee. Een toenemend aantal satellieten maakt het voor astronomen moeilijker om de hemel te bestuderen en vergroot de kans op botsingen. Bij een botsing kan ruimtepuin ontstaan, dat vervolgens andere satellieten raakt.

De satellieten moeten daarom in een baan worden gebracht waarin zo min mogelijk andere objecten aanwezig zijn. Van den Berg verwacht dat lagere kosten voor raketlanceringen ruimtecomputers op termijn aantrekkelijker kunnen maken dan datacenters op aarde.

Lees ook