De Nederlandse turnmannen hebben op het WK de landenfinale bereikt. Elijah Faverus, Amine Abaidi, Loran de Munck, Jermain Grünberg en Casimir Schmidt kwamen in de kwalificatie uit op 242,995 punten. Daarmee eindigde Nederland als zevende, precies binnen de beste acht landen die doorgaan naar de finale.
De finaleplaats betekent de tweede Nederlandse deelname aan de teamfinale van een wereldkampioenschap. De eerste keer was in 2018, tijdens het WK in Doha. Schmidt maakte ook toen deel uit van de ploeg. Zijn teamgenoten waren destijds Epke Zonderland, Frank Rijken, Bram Louwije en Bart Deurloo.
Belang richting Olympische Spelen
Het resultaat geeft de Nederlandse ploeg vertrouwen met het oog op de Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles. Nederland moet zich daarvoor op het WK van volgend jaar bij de beste twaalf landen plaatsen. De zevende positie van dit jaar biedt daarvoor een gunstig uitgangspunt.
De turners streden in de kwalificatie als team op meerdere toestellen. Hun totaalscore van 242,995 was voldoende om landen buiten de finalegroep te houden. In de finale krijgen de acht best geklasseerde landen opnieuw de kans om hun niveau te laten zien.
Voor Nederland is de finaleplaats bovendien een bevestiging van de ontwikkeling van het mannenteam. De ploeg bouwt daarmee voort op de historische prestatie in Doha, toen het land voor het eerst de WK-finale voor teams bereikte. Schmidt is de enige turner uit de huidige selectie die beide finaleplaatsen heeft meegemaakt.
De prestaties in de finale bepalen niet rechtstreeks de olympische kwalificatie, maar de Nederlandse ploeg kan zich daar wel meten met de sterkste landen van het toernooi. Het resultaat in de kwalificatie laat zien dat een plek bij de beste twaalf op het volgende WK binnen bereik ligt. Dat is de voorwaarde om uitzicht te houden op deelname aan de Spelen in Los Angeles.



