De eerste etappe van de Tour de France Femmes start en eindigt in Lausanne. De rit van 138 kilometer is geen uitgesproken bergetappe, maar het parcours biedt ook weinig ruimte voor een traditionele massasprint. De winnares draagt na afloop de eerste gele trui.
In de slotfase wacht een klim van 2,5 kilometer met een gemiddeld stijgingspercentage van 4,6 procent. Op het steilste deel loopt de weg op tot 12 procent, voordat de laatste honderden meters weer minder steil worden. De aankomst kan daardoor bepalend zijn voor welke sprintsters nog meedoen om de zege.
Lorena Wiebes geldt als een belangrijke kandidaat voor de ritwinst. Zij beschikt over een sterke sprint, maar moet de klim in de finale wel in de voorste groep overleven. Marianne Vos heeft ervaring met dit type aankomsten, waarin explosiviteit en positionering op een korte helling doorslaggevend kunnen zijn.
Lastige rit voor pure sprinters
Onderweg liggen ook de Côte de Châbles, de klim naar Villars-le-Comte en de Côte de Vulliens. Die beklimmingen zijn waarschijnlijk niet zwaar genoeg om de koers al vroeg te beslissen, maar kunnen de controle van sprintploegen bemoeilijken. Een uitgedunde groep ligt daarom meer voor de hand dan een sprint met het volledige peloton.
Kimberley Le Court behoort eveneens tot de voornaamste kanshebbers. De Mauritiaanse combineert een snelle eindsprint met klimvermogen. Noemi Rüegg rijdt in eigen land en heeft een profiel dat past bij de oplopende aankomst in Lausanne.
Ook Lotte Kopecky kan zich mengen in de strijd om de ritzege. Als haar ploeg SD Worx-Protime de koers hard maakt, kunnen pure sprintsters eerder in de problemen komen. Célia Gery is een jonge outsider voor de eerste etappe.
Demi Vollering, Puck Pieterse en Paula Blasi zullen vooral zonder tijdverlies de finish willen bereiken. Wanneer de finale zwaarder uitpakt dan verwacht, kunnen zij echter opschuiven in de uitslag. Elisa Balsamo heeft meer kans als een grotere groep de laatste klim samen overkomt.
Een late aanval is ook mogelijk als ploegen aarzelen om de achtervolging te organiseren. Toch lijkt de openingsrit vooral gemaakt voor rensters die een korte klim kunnen verteren en daarna nog een sprint in de benen hebben.



