Alpe d’Huez werd in 1952 voor het eerst opgenomen in het parcours van de Tour de France. Het was bovendien de eerste keer dat een etappe bergop finishte. De Italiaan Fausto Coppi won de rit, nam de gele trui over en behield die tot Parijs.
De klim kreeg vooral in Nederland een mythische status. Nederlandse renners boekten er acht Touretappezeges. Joop Zoetemelk was in 1976 de eerste Nederlandse winnaar, Gert-Jan Theunisse volgde in 1989 als laatste. Daardoor geldt Alpe d’Huez nog altijd als de Nederlandse berg, ook al wonnen de afgelopen decennia veel buitenlandse renners.
Dit jaar eindigt de Tour twee dagen op rij op Alpe d’Huez. De Col de Sarenne vormt daarbij de achteringang voor een dubbel bezoek. Die verbinding kwam er nadat in 2013 een landbouwweg over de col werd geasfalteerd. Alpe d’Huez was oorspronkelijk geen bergpas: wie naar boven fietste, eindigde in het skioord.
Een klim vol publiek
De aantrekkingskracht van de berg gaat verder dan de Tour. Dagelijks beklimmen honderden recreatieve fietsers de 21 bochten. Tijdens La Marmotte, een jaarlijkse toertocht die op Alpe d’Huez eindigt, komen duizenden deelnemers naar de klim. Ook Alpe d’Huzes trekt veel wielrenners en hardlopers.
Tijdens de Tour staan supporters dicht langs de weg. Sommige fans rennen mee met de renners, waardoor op bepaalde plekken slechts een smalle doorgang overblijft. De combinatie van publiek, meelopers en motoren maakt de beklimming kwetsbaar voor incidenten.
In 1999 ging het mis bij Giuseppe Guerini. Een toeschouwer bleef zonder dranghekken midden op de weg staan om een foto te maken van de naderende Italiaan. Guerini botste tegen hem, viel en wist ondanks die val de rit te winnen.
De toeschouwers zorgen niet alleen voor risico’s. Oud-wielrenner Koos Moerenhout schreef in 2003 dat hij door de aanmoedigingen van het publiek als het ware omhoog werd gedragen. Volgens zijn verslag was op de hele Alpe geen lege plek meer te vinden en maakte de sfeer het afzien lichter. Zo blijft Alpe d’Huez een combinatie van topsport, massale belangstelling en een intensieve publieksbeleving.



