Nederland voert samen met Duitsland, Oostenrijk, Denemarken en Griekenland gesprekken met Rwanda over de oprichting van een zogenoemde terugkeerhub. Het centrum moet worden gebruikt om afgewezen asielzoekers op te vangen die niet naar hun land van herkomst kunnen of mogen worden teruggestuurd.
De vijf landen vormen binnen de Europese Unie een kopgroep die een partner buiten Europa zoekt voor het terugkeerbeleid. Zij zouden nog dit jaar een overeenkomst willen presenteren. Een regeringswoordvoerder van Rwanda heeft eerder bevestigd dat er gesprekken met de Europese Unie plaatsvinden, maar noemde toen geen deelnemende landen.
Een woordvoerder van minister Bart van den Brink (Asiel, CDA) wil de Nederlandse betrokkenheid niet bevestigen of ontkennen. „Over eventuele Nederlandse deelname aan gesprekken […] doen wij geen mededelingen”, laat de woordvoerder weten.
Voorwaarden voor opvang buiten de EU
Sinds juni maakt nieuwe Europese regelgeving het mogelijk om uitgeprocedeerde asielzoekers naar een derde land te sturen, ook als zij daar niet vandaan komen. Daarvoor moet een overeenkomst met dat land bestaan. Ook moet worden gegarandeerd dat de mensenrechten worden gerespecteerd.
Asielzoekers mogen in zo’n land niet onmenselijk worden behandeld. Vanuit de terugkeerhub mogen zij bovendien niet worden uitgezet naar een land waar zij vervolging riskeren. Nederland sloot eerder een principeakkoord met Oeganda, maar het kabinet-Jetten zette die samenwerking stop na zorgen over instabiliteit rond verkiezingen.
De geschiktheid van Rwanda als partner staat ter discussie. Nick Huls, emeritus hoogleraar rechtssociologie aan de Universiteit Leiden en Rwanda-kenner, noemt het land „een stabiele autocratie”. Volgens hem heeft president Paul Kagame de macht stevig in handen en is er nauwelijks ruimte voor politieke kritiek. „Rwanda is de facto een eenpartijstaat”, zegt Huls.
Rwanda probeert volgens Huls tegelijk het beeld van een goed georganiseerd en economisch aantrekkelijk land te versterken. Het land organiseert grote sportevenementen en ontvangt ongeveer 900 miljoen euro aan Europese ontwikkelingshulp. De Europese Unie werkt bovendien op meerdere terreinen met Rwanda samen, waaronder defensie.
Filip Reyntjens, emeritus hoogleraar Afrikaans recht en politiek aan de Universiteit van Antwerpen, zegt dat Rwanda met een migratiedeal internationale kritiek probeert te pareren. Het land is betrokken bij het conflict in Oost-Congo en wordt ervan beschuldigd een gewapende groep daar te steunen. „Als Europa voor zijn migratiebeleid afhankelijk wordt van Rwanda, wordt het veel moeilijker om in te grijpen”, zegt Reyntjens.
Huls betwijfelt of de rechten van mensen in een Rwandese hub voldoende kunnen worden beschermd. „Want uiteindelijk is Rwanda geen echte rechtsstaat”, zegt hij.



