Twee jonge zeearenden zijn begonnen met hun eerste vluchten vanuit hun nest in het Hunzedal, ten westen van het Zuidlaardermeer. De vogels keren voorlopig nog terug naar het nest om te slapen en worden nog door hun ouders verzorgd.
De jongen hebben maanden in het nest doorgebracht en vliegen nu steeds vaker door het gebied. Ze bevinden zich in een overgangsfase: ze kunnen al vliegen, maar zijn nog niet volledig zelfstandig.
Zeearenden zijn de grootste roofvogels van Noord-Europa. Volwassen dieren hebben een spanwijdte van twee tot tweeënhalve meter. De jongen zijn iets kleiner, maar hun vleugels kunnen al ongeveer twee meter breed zijn. Jonge zeearenden zijn volledig bruin, terwijl volwassen vogels onder meer herkenbaar zijn aan hun witte staart.
Op weg naar zelfstandigheid
De ouders zullen de jongen uiteindelijk minder voedsel geven, zodat zij zelf leren jagen. In het begin gaat dat nog onhandig, maar de vogels moeten die vaardigheden ontwikkelen voordat zij een eigen leefgebied kunnen zoeken.
De jonge arenden krijgen soms te maken met aanvallen van kleinere roofvogels, zoals torenvalken. Jesper Schothorst van Het Groninger Landschap zegt dat de jongen zich dan kunnen verdedigen door hun vleugels uit te slaan en achter de belager aan te gaan.
Het ouderpaar broedt sinds 2017 in het Hunzedal en heeft er sindsdien bijna ieder jaar jongen gekregen. Zeearenden verdwenen eeuwenlang uit Nederland, maar vestigden zich ongeveer twintig jaar geleden opnieuw in het land.
Ook in De Onlanden, het Friese Veen en het Lauwersmeergebied broeden zeearenden. Het Hunzedal biedt de vogels rust, voedsel en geschikte nestgelegenheid. Het bosje met het nest wordt nauwelijks verstoord en in de omgeving zijn veel vissen en vogels te vinden.
In de eerste periode na het uitkomen van de eieren zoeken de ouders vooral vis in de ondiepe delen aan de andere kant van het Zuidlaardermeer. Later krijgen de jongen ook andere prooien, waaronder jonge ganzen.



