In St. Mary’s, een kustdorp in het oosten van Canada, is begonnen met het opruimen van grote hoeveelheden achtergelaten vissaus. De vloeistof ligt al ongeveer twintig jaar in een leegstaande fabriek en verspreidt een sterke rottingsgeur door het dorp.
In totaal staan er 110 tanks met elk meer dan 10.000 liter gefermenteerde vissaus. Steve Ryan, de vrijwillige burgemeester van St. Mary’s, omschrijft de stank als "de ergste geur die je ooit in je leven hebt geroken, maar dan honderd keer erger". In het dorp wonen ongeveer 300 mensen.
De Atlantic Seafood Sauce Company sloot aan het begin van deze eeuw na ingrijpen van de Canadese voedselinspectie. Een deel van de voorraad was gebotteld, maar grote hoeveelheden saus bleven achter in tanks. Sindsdien is het pand steeds verder vervallen.
Door kapotte ramen, een weggewaaid dak en een ingestorte muur kon de geur zich gemakkelijker verspreiden. Voor bewoners van het kustdorp verdween daarmee de frisse zeelucht naar de achtergrond.
Vissaus wordt met turf verwerkt
De komende maanden laten arbeiders de vloeistof uit de tanks lopen. Daarna mengen zij de vissaus met turf, zodat die de vloeistof opneemt. Vrachtwagens met grote slangen zuigen het mengsel vervolgens op en vervoeren het naar een speciaal aangelegde opslagplaats.
Die put is in drie weken uitgegraven en bekleed met polyethyleenfolie, een materiaal dat ook wordt gebruikt bij stortplaatsen. Nadat het materiaal daarin is gestort, wordt de put met grond afgedekt.
De sanering kost 1,7 miljoen Canadese dollar, ruim 1 miljoen euro. De provinciale overheid betaalt het grootste deel. De gemeente St. Mary’s sloot voor de eigen bijdrage een lening af van 198.000 Canadese dollar, omgerekend ongeveer 122.000 euro. Dat bedrag krijgt de gemeente later terug.
Ryan heeft zich lange tijd ingezet om financiering voor de opruimactie te regelen. De federale overheid draagt niet bij aan de kosten. De burgemeester werkte zelf kort in de fabriek nadat hij in 1990 de middelbare school had afgerond.



